Oud-katholiek Utrecht

Januari | Vocaal concert Noma Ensemble

Licht en donkerte, aan het einde het eeuwige licht.
Woensdag 2 februari 20.00 uur

Ste Gertrudiskathedraal,

Willemsplantsoen, Utrecht


MARIA LICHTMIS
Vocaal concert

door het Noëma Ensemble


Toegang vrij, collecte na afloop

JOSQUIN DESPREZ
Motetten

JEAN RICHAFORT
Requiem
 
Precies veertig dagen na Kerstmis viert de kerk van het westen al eeuwenlang een feest dat ze vaak ‘Maria Lichtmis’ noemt. Het hart van de zaak op 2 februari is Maria’s opdracht van haar kindje Jezus, veertig dagen na zijn geboorte, in de Tempel van Jeruzalem. Daar wordt hij herkend als het licht van de wereld. Met dit feest reikt Kerstmis tot in februari. En opnieuw bewaart Maria, volgens de Evangelist, geheimen in haar hart. Maria als grote lichtgevende figuur schijnt in de donkerheid van het voorjaar en biedt troost. De Mariamotetten van Josquin Desprez zijn niet enkel een eerbetoon aan deze stralende vrouw. Metaphorisch als “Ave Maris stella”, of direct als “Ave Maria”, schildert Josquin met zijn retorische muziek een beeld van deze vrouw. Vele facetten van haar schoonheid, liefde en troost worden zo muzikaal vatbaar gemaakt. Het motet “gaude virgo” veraanschouwelijkt net als een schilderij zelfs scenerio's uit haar leven, die met de bijzondere vreugden van Maria verbonden zijn, zoals de verkondiging, de geboorte van Jezus en haar hemelvaart. Josquins muziek is daarbij steeds duidelijk in haar middelen, spaarzaam en hoogeffectief. Zijn stijl had uiteindlijk een grote invloed op zijn tijdgenoten en de navolgende generaties. Zijn muziek werd nog lang na zijn dood gedrukt, geparafraseerd en geparodiëerd. Als Maria met Jezus de Tempel binnenkomt zingt de oude Simeon zijn Nunc Dimittis – ‘Nu laat gij, Heer, uw knecht, naar uw woord in vrede heengaan’. In dit lied bezingt hij Jezus als licht tot verlichting der heidenen. Lichtmis eert Simeon door met zijn lofzang in te stemmen. Velen herhalen zijn lied als avondzang, of zelfs als lied van overgave aan de dood.
 
Het Requiem van Jean Richafort mag gezien worden als bijzonder eerbetoon aan Josquin Desprez. Men weet niet of deze twee bijzondere componisten elkaar hebben leren kennen, of dat er zelfs sprake geweest mocht zijn van een leraar-leerling relatie. Maar het Requiem van Richafort verscheen slechts enkele jaren na Josquins dood. In het midden van de polyfonie staat een canon in twee middenstemmen over kleine fragmenten van twee chansons van Josquin Desprez. Deze canon overspant het hele werk en veroorzaakt een enorme geslotenheid. De overige vier stemmen zingen soms sterk gebonden aan het gregoriaanse requiem, soms erg vrij en hoogexpressief, om deze twee pilaren heen. Sommige passages stralen een magie uit, die op die van Ockeghem lijkt: onbegrijpelijke melodische lijnen, die hun expressie in het steeds nieuwe en verrassende zoeken, vormen een contrast met de stabiliteit van de steeds gelijke canon.
Uiteindelijk gaat het in het requiem om treur en troost, misschien om het verlies van de vermoedelijke leraar van de componist, Josquin Desprez. De quotatie van zijn muziek, en dan nog wel met teksten zo als “C'est douleur non pareille” is een duidelijke aanwijzing voor een epitaaf. Tegelijk ligt de nadruk in de keuze van de requiemteksten op troost en het vertrouwen in de vergiffenis, waardoor het werk ook als grote troost op het verderfenis van de wereld geïnterpreteerd kan worden.
 
Het Ensemble Noëma zingt dit requiem in de versie die is overgeleverd door de Leidse Koorboeken. Ook door het dialect dat de zangers zingen – een Vlaams-Picardisch idioom – krijgt deze performance een echt “laaglandse” slag. De beste zangers van begin 16de eeuw kwamen uit de Vlaams-Picardische streek.

Het Ensemble Noëma werd 2010 opgericht door muziekstudenten van het Haags Conservatorium en heeft reeds concerten gegeven in Nederland en het buitenland. De zangers zingen in gerenommeerde ensembles zoals de Nederlandse Bachvereniging, het Nederlands Kamerkoor en het Huelgas Ensemble. De groep specialiseert zich in muziek uit de tijd tussen 1450 en 1550. In het middenpunt van hun werken staat telkens weer het onderzoek van bronnen en recente wetenschappelijke studies over cultuur, muziek en het leven uit die tijd.