Oud-katholiek Utrecht

Juni | Brief aan een goede vriend (12)


Beste Roland,

Wij zien uit naar het Pinksterfeest. Beter gezegd; wij zien uit naar een nieuw Pinkster. Naar de wind en het vuur, de vreugde en het enthousiasme, de kracht van boven. En daarmee heb ik het over de eerste Pinksterdag in Jeruzalem, waar het boek Handelingen van de Apostelen zo opgetogen over spreekt.

.

Uitzien naar. Dat deden de leerlingen van Jezus ook. Niet met de handen in het haar, zo van: wat nu? Maar na het afscheid van Jezus, als de laatste van zijn verschijningen (veertig dagen lang zegt Lucas), gingen ze naar de stad Jeruzalem, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van de Heer en familieleden. Daar wijden ze zich vurig en toegewijd aan het gebed. Jezus had hen opgedragen niet weg te gaan, maar bij elkaar te blijven in de stad. Ze hadden de belofte van de Vader dat zij binnenkort gedoopt zouden worden met de heilige Geest. Ze zouden de kracht ontvangen om getuigen te worden van Jezus en de komst van het koninkrijk. Kracht om de wereldwijde boodschap uit te dragen ‘tot aan het uiteinde van de aarde’.

Uitzien naar, wachten op, bijeen zijn, gemeenschap vieren, verwachting delen.

Daar hebben wij het dan over. Daar vinden wij de apostolische oorsprong van de kerk, het lichaam van Christus,bijeengehouden door de band van de liefde en levend door het lopende vuur van de heilige Geest.

In bidden en in smeken, maak onze harten één!

De komst van de Geest als vervulling van Gods belofte en ons hartstochtelijk verlangen zijn niet te scheiden.

Waar het gebed verstomd en de verwachting is verdwenen, wordt het koud en leeg, geesteloos en blust het vuur van het geloof.

Maar op die Pinksterdag in Jeruzalem, de dag die wij aanstaande zondag vieren, was daarvan geen sprake.

Op die dag kwam alles samen in een laaiend gebeuren, waardoor mensen werden aangegrepen en elkaar gingen verstaan, een talenwonder als tegenbeeld van het gebeuren in de stad Babel waar mensen uiteengingen omdat ze onverstaanbaar waren geworden en er niets meer uit hun handen kwam.

Op die dag werden mensen in dienst genomen om te bouwen aan de nieuwe aarde, ootmoedig en dankbaar, om de gaven te ontvangen die God schenkt om het visioen vorm te geven op aarde.

Drieduizend mensen aanvaardden op die dag de verrezen Heer Jezus Christus als

hun Heer en zij lieten zich dopen om vergeving te krijgen voor hun zonden. Mensen van de weg werden zij, mensen met een doel in hun leven en die wisten waarheen. Open werden zij voor de Heer, open mensen voor elkaar. Open harten om de Heilige Geest te ontvangen.

Zij bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag.

Handelingen 2, 42-43).

De vroege christenen in Jeruzalem en verder verspreid door het land en daarbuiten kregen moeilijkheden genoeg te verwerken. De eerste hoofdstukken van het boek Handelingen –en eigenlijk heel het boek door- laten zien dat beschuldigingen, vervolgingen en geweld het leven van de mensen bedreigden. Bovendien bleek het niet zo gemakkelijk om aan elkaar te wennen en met elkaar op te trekken. Daarvoor waren de verschillen in leefwijze en culturele achtergrond te groot. Enerzijds het besef dat die ruimte er moest zijn, maar ook de wil om als navolgers van Jezus Christus een nieuw leven te beginnen. Samen en niet tegen elkaar, verdraagzaam en niet fanatiek.

In onze tegenwoordige tijd constateren wij bij herhaling dat het christendom de meest vervolgde godsdienst is in de wereld. Ook nu moeten christenen vluchten omdat het leven ondraaglijk wordt in hun woonomgeving.

Zo was het ook toen bij de grofte vervolging die losbrak in Jeruzalem en waarover we lezen in Handelingen hoofdstuk 8. De gemeente vluchtte alle kanten op, maar de apostelen bleven nog in de stad. De mensen werden als het ware uitgezaaid en zo ontstonden er op meerdere plaatsen christengemeenten, met name in Samaria.

Daar gebeurt iets bijzonders, dat grote gevolgen zal hebben. Tot aan de dag van vandaag!.

Petrus en Johannes worden vanuit Jeruzalem afgevaardigd om in Samaria de mensen te versterken in hun prille geloof. Zij komen, bidden en leggen de handen op

opdat ook de Samaritanen de heilige Geest mochten ontvangen, want deze was nog op niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op en zo ontvingen zij de heilige Geest’. (8, 14-17).

Het moet een indrukwekkend gebeuren zijn geweest, een zichtbaar teken en een innerlijk vuur. Een geschenk van God. Kunnen wij mensen dat organiseren? Of moet je het anders zeggen: mogen wij gedoopte christenen, ons afsluiten voor deze gave? Het is nogal wat: kracht uit de hoge, troost en bijstand, licht en vuur, enthousiasme, God in je leven en hoe!

De apostelen kwamen ervoor naar Samaria. Pinksterzondag komt onze aartsbisschop Joris Vercammen, naar onze parochie om te doen wat Petrus en Johannes deden. Het apostolische werk, de successie, de opvolging, hand op hand, het gebed dat niet onderbroken wordt; dat gebeurt opnieuw in ons midden.

En de zalving met chrisma, de geurige olie van de Gezalfde, de Messias Jezus, olie op je hoofd, een volk van koningen en priesters, daar hoor je bij, dat zijn wij, jij en ik en zoveel als de Heer onze God zal toevoegen aan zijn gemeente, zijn kerk, zijn lichaam in deze wereld.

Wat een feest gaat dat worden Roland!

Ik vond in een klein boekje met honderd gebeden van Broeder Roger van Taizé, een inleidend stukje dat hij heeft geschreven vlak voor zijn gewelddadige dood.

Daarmee wil ik deze brief aan jou afsluiten. Het Pinksterfeest is wereldwijd en het is ermee als met een veenbrand; als het schijnt alsof ergens het vuur is gedoofd kan het zo weer oplaaien.

Heilige Geest, innerlijk licht, laten wij nooit de duisternis wille kiezen, maar altijd het licht ontvangen dat komt van U.

Als wij ons verlaten op de heilige Geest, met al onze vrees en hoop, vinden wij de weg die leidt van onzekerheid naar vertrouwen.

In het gebed ondervinden wij dat we nooit alleen zijn: de heilige Geest houdt in ons de gemeenschap met God gaande, niet voor even, maar tot in het eeuwige leven.

Ja, de heilige Geest ontsteekt een vonk in ons. Hoe nietig soms ook, deze maakt in ons het verlangen naar God wakker. E het verlangen naar God is zelf al een gebed.

Het gebed leidt niet al van de aardse zaken. Integendeel, niets getuigt van meer verantwoordelijkheid dan bidden; hoe meer we ons eenvoudige en nederige gebed doorleven, hoe meer we leven lief te hebben en die liefde uit te dragen in ons leven.

Alle goeds Roland, zalig Pinksteren.