Oud-katholiek Utrecht

September | Brief aan een goede vriend (24)

Beste Roland,

Nu ik terugdenk aan afgelopen zondag gaat er van alles door mijn gedachten.

Het was parochiezondag, waarop het vooral aankwam op het samenzijn, de ontmoeting met de ander, de uitwisseling van gesprekken en ervaringen. En dat allemaal na afloop van de goed bezochte Eucharistieviering. Dat was niet een apart gebeuren, maar een belangrijk onderdeel van deze parochiedag. Er is nog wat gespeeld met de gedachte dat we naar protestants model zouden kunnen spreken van ‘startzondag’, maar dan lijkt het meer op een estafette en ligt de volle nadruk op al die activiteiten die we als gemeente kunnen bedenken. En daarnaast is terecht opgemerkt, dat wij in de zomermaanden elkaar soms wekenlang moeten missen, maar dat de Ontmoeting doorgaat. Want zo zien wij de viering op de dag van de Heer, als de zon schijnt in je hart, al giet het buiten.

Parochiedag dus en alle reden om naar uit te zien. Wij zien elkaar graag en we spreken elkaar graag. Dat werd gaandeweg ook wel duidelijk op deze drukke bijeenkomst in de Driehoek.

Of iedereen dit zo kan oppakken? In een toegezonden blaadje las ik een kort verhaaltje over een man die met anderen naar de rivier was gelopen, waterkruik op de schouder. Terwijl de mensen blij en vrolijk hun volle kruiken naar huis brachten, had deze man geen deel aan deze blijde stemming. Zijn kruik was en bleef leeg. Hij dompelde zijn kruik onder, evenals de anderen, maar liet de stop in de hals zitten.

Dat kan dus gebeuren en het gebeurt. Het verhaal vertelt niet waarom de man zo bezig was, of eigenlijk niet bezig was. Dat is zijn vraag en met die vraag zitten ongetwijfeld ook wel mensen die wij met een spijtgevoel zien weggaan, met een lege kruik zonder water. Of die we helemaal niet zien, omdat de weg naar de rivier, samen met de anderen, in hun willen en denken is geblokkeerd.

Op zo’n parochiezondag wordt heel goed merkbaar dat we niet alleen een geloofsgemeenschap zijn, maar dat er sociale banden zijn aangegaan, die onmisbaar blijken als we inderdaad samen parochie willen zijn. Dit is een Grieks woord dat al vroeg in de kerk is ingeburgerd. Het zijn de mensen die bij of naast het punt van samenkomst wonen, in ons geval het kerkgebouw waar God ons wil ontmoeten, Ste Gertrudis. Maar het woord zegt ook iets over de plaats van deze mensen in de wereld. Zij zijn vreemdeling op aarde. Christenen verblijven in een vreemd land waar ze geen volledige burgerrechten hebben. Het is de kerkelijke invulling van bijbelse begrippen, die wij vooral in het NT aantreffen.

Dat zoek je niet direct achter een woord dat we vaak zo onnadenkend en wat slordig in de mond nemen!.

Er is nog een ander bijbels woord: kerk of gemeente. Dat zijn wij ook en dat klinkt wat warmer, maar naar de betekenis wordt ook in dit woord pas goed

duidelijk wie en wat wij zijn: gemeenteleden zijn mensen van het lichaam van Christus. ledematen zijn wij en Hij is het Hoofd. Het Griekse woord heeft alles te maken met ‘uitverkoren zijn’. God heeft ons gedacht en gewild, in Christus zijn wij zijn gemeente, zijn volk in deze wereld. Maar nu liggen de accenten met het voorgaande wat anders. Het sociale van het samenzijn blijft wel overeind, maar het gaat hier vooral om ieder van ons, zo veel God ertoe geroepen heeft om op deze plaats gehoor te geven aan zijn roepstem.

Die man met de stop op zijn kruik miste het stromend water waarmee de mensen om hem heen blij naar huis gingen. Waarom deed hij zo, bewust, onbewust?

Het kan ook nog erger, zegt deTora, maar in de brieven van het NT klinkt dit verdriet ook door. Je kunt afvallig worden van de levendc God, zegt de schrijver van de Hebr.brief (3,12-13) en als dit niet verandert, dan wordt een mens verhard door her bedrog van de zonde. En zonde is het goede doel missen, ernaast zitten, met alle gevolgen van dien. Soms merk je dit bedrog te laat.

Deze dingen zijn niet ongenoemd gebleven afgelopen zondagmiddag. Wij namen er de tijd voor om naar elkaar te luisteren, om uit te spreken.

Er wordt veel beweerd dat in onze huidige cultuur de tijd van de verhalen voorbij is. Dat mensen er niet of bij uitzondering toe komen om levenservaringen uit te wisselen met een ander. Wie is die ander? Wat heb ik daarmee te doen?

Zo mag het bij jullie niet zijn’, zegt de apostel en dan gaat het niet precies over ditzelfde maar wel om veel andere zaken die het leven verbitteren en zelfs onleefbaar kunnen maken.

Over dat alles spraken wij in groepjes aan tafel. Een sociaal gebeuren, mensen als metgezellen. Maar helaas sluit dit in dat je kunt distantiëren, je afkeren van de anderen. Dat zien wij als een normaal verschijnsel in de samenleving. Iedereen krijgt er mee te maken in een of andere vorm. Afhaken, er genoeg van hebben, geen interesse meer hebben. In de kerk komt dit ook voor. Met soms pijnlijke gevolgen. Dat laat een bericht zien uit de krant van vorige week.

Er worden gebouwen gesloten en afgestoten en dat proces gaat door. Mensen verliezen hun vertrouwde kerkplek want de lasten zijn niet meer te dragen en alle bijkomende kosten niet op te brengen door een kleiner wordende groep gemeenteleden. Het zou wel kunnen, zegt een bestuurslid, maar veel mensen zie je niet en een groot deel van de ingeschreven leden betaalt niets aan Kerkbalans en andere bijdragen.

Daar hebben wij het ook over gehad aan tafel, maar deze geluiden bleven ver achter bij de verhalen van zoveel mensen die zijn toegetreden in de laatste jaren of langer geleden. Hun ervaringen brachten ons weer bij het rechte begrip parochie en gemeente.

We zijn met een dankbaar gevoel naar huis gegaan. Zo kan het dus ook!

Zorg dat je er bij komt. Dat hebben Ruden en Mariska Teuben gedacht nadat hun zoontje Lucas Leon op 9 augustus j.l. is geboren. Komende zondag wordt hij gedoopt in de naam van de Vader, dc Zoon en de Heilige Geest. In het doopvont dat zijn plaats heeft in de kapel, aan de westzijde van de kerk. Achterin de kerk dus. ‘Is dat niet lastig’, vroegen mensen toen bij de renovatie in 1989 de inrichting van de kerk ter sprake kwam. Wij vonden van niet, op goede gronden.

In een modern kerkgebouw waaraan weinig liturgische eisen zijn gesteld, is het wellicht handig om alles wat nodig is, maar bij elkaar te zetten. Desnoods op een liturgisch podium vooraan in de kerkzaal. Met deze armoedige en misplaatste benamingen kunnen wij als katholieke gelovigen, die ons laten aanspreken door woord en teken, niet uit de voeten. Zeker niet in Ste Gertrudis, de voortzetting van de oudchristelijke basiliek waar alles zijn eigen tale spreekt (vrij naar Guido Gezelle)

Dus is ons mooie marmeren doopvont –uit de schuilkerk, zo’n 330 jaar oud- zorgvuldig op de plek gebleven, waar de wijze pastoor Cornelis Deelder het heeft gedacht. En hij wist wat hij deed; zijn werken volgen hem na.

Twee dingen nog om te weten: ten eerste zegt de doopsymboliek ons dat wij van het altaar in het oosten, de hoge plaats, afgaan door het middenpad naar het westen. Van waar de zon opgaat totdat ze nederdaalt. Het oosten is de nieuwe dag, het nieuwe licht dat geen avond kent, vanwaar wij Christus verwachten bij zijn komst.

Het westen is het donker dat aanbreekt als de dag vergaat, het licht verdwijnt en ons niet anders rest dan te bidden en uit te zien in de nacht.

Leon wordt nu nog gedragen maar zijn ouders gaan op deze levensweg, het smalle pad, maar zij gaan niet alleen. Het mensenkind Leon ontvangt zijn naam opnieuw in het bad van de wedergeboorte en wordt Christuskind, kind van God, getekend met het kruis en gezalfd, ingelijfd in het volk van God, een volk van koningen en priesters.

Nu hoor ik jou al zeggen (als het al te mooi wordt), dat veel mensen dit niet vatten kunnen omdat zij niet in de leer zijn geweest of in de lering hebben zitten slapen. Of misschien is het nooit zo verteld en was het in de oude tijd allemaal vanzelfsprekend om van de erfzonde af te komen..

Of de doop was een familiegebeuren waar de gemeente buiten stond. Zulke ideeën bestonden hier en daar. Op aparte tijden en met dichte deuren.

Nu komt dit niet meer voor, maar ik moet nog het tweede ding vertellen.

Ik heb het geleerd van bisschop Sigisbert Kraft van de Duitse Oud-Katholieke kerk . Hij hield van de liturgie en van de mensen en wilde levenslang die twee samenbrengen in een helder verstaan. Vertelde verhalen en schreef veel.

Wat maakt nu het verschil, doopwater is toch ook gewoon water? Wat is dan de doop helemaal? Het zijn meestal de niet zo trouwe kerkgangers die met deze vragen kwamen en die het moeilijk hebben om zich in te leven in deze tekens, waarin God zelf present wil zijn. Wat overkomt Leon bij het begieten met doopwater en wat is het verschil met zijn badje thuis?

Bisschop Kraft zegt: voor mij ligt een boek met een enorme oplage. Iemand die mij na staat en van wie ik houd en omgekeerd, heeft mijn naam groot in dat boek geschreven met een opdracht en het ondertekend. Nu is dat boek niet meer gewoon een exemplaar uit die grote oplage, maar mijn persoonlijk eigendom, een teken van trouw, liefde en verbondenheid met de ander die mij dit geschonken heeft.

Zoo is God; Hij heeft mijn eigen naam en zijn opdracht geschreven in mijn levensboek en met zijn Naam onder(teken)d.

Sacrament wil zeggen: dat de Ander, de partner, God zelf is.

Het belooft weer een mooi feest te worden,

Dag Roland, alle goeds!