PDF Print

Brief aan een goede vriend (31)

                                                                                                              

Beste Roland,

In Ste Gertrudis vieren wij zondag aanstaande, 30 oktober, de dankdienst voor de oogst. Voor de vruchten der aarde en het werk van onze handen, zeggen we vanouds, maar dat klinkt misschien een beetje ouderwets. Alles wat niet super modern is, klinkt al gauw als achterhaald. Zo zeggen wij dit niet meer, trouwens wat moeten we beginnen met een dankdienst voor de oogst? Is dit niet een romantisch overblijfsel uit de tijd dat de mensen nog onzeker waren over hun eten en drinken (en waarmee zullen zij ons kleden en warm houden in de barre winter. Tussen de jaren zestig en negentig koesterden wij ons in de verzorgingsstaat, die zekerheid moest bieden, vooral aan diegenen die geen been hadden om op te staan of die geen poot wilden verzetten want die zijn er in alle tijden ook gewest. Zelfs de apostel wist daarvan: Wie niet werkt zal niet eten!

Er is reden genoeg om te danken voor het goede van het leven. En wij hebben het goed, ondanks de crisisgeluiden die ons bereiken en menig mens met een nieuwe onzekerheid belasten. Dat roept genoeg vragen op. Waar leg jij je dank neer, maar ook je onzekerheid over de toekomst, je zorgen over dreigende werkloosheid, over problemen om rond te komen? Naast de problemen die er zijn in het onderwijs en de zorg, de politieke onrust en verdeeldheid die ons allen raakt. Onze voorouders, onze ouders al in veel gevallen, hoopten ook op een goed leven en gingen op hun wijze de strijd aan om dit te bereiken. Terwijl we nu te maken hebben met de specifieke problemen van het oud worden en steeds ouder,, zijn zij vaak te vroeg gestorven om hun hoop vervuld te zien.

Ik denk aan een gesprek met een bejaarde man: ‘net toen wij het wat beter kregen na al die moeilijke jaren van crisis en oorlog, stierf mijn vrouw. Ze moest eens weten wat er nu te koop is en hoe het leven is veranderd’.

Maar er is meer over te zeggen.

Dank groeit uit tot een feest als je met elkaar als mensen in verbondenheid je kunt uiten. Dan kan het gebeuren dat je innerlijk wordt geraakt en dat het dus meer is dan een opgelegde zaak, die wij zoveel tegen komen in het economische en politieke klimaat van het laatmodernisme.

Die verbondenheid ontstaat in een gemeenschap waar mensen niet alleen bereid zijn elkaar te zien en het nodige te delen, maar ook gedreven zijn om samen één kant op te kijken. Wij zoeken die gemeenschap vooral in de Kerk met een hoofdletter om niet verward te raken in het netwerk van gevoelens en ideeën waar wij allen onvermijdelijk mee worden geconfronteerd. Van dag tot dag en dan is de zondag gemakkelijk aan de verliezende hand.

Samen één kant op kijken, samen je dank uitzeggen en uitzingen, samen iets tastbaars bedenken om ook anderen te betrekken en om vorm te geven aan het stukje goede leven dat ook in de dankdienst voor de oogst doorklinkt.

Het is een mooie traditie om op deze dag fruit, groente en bloemen in de kerk te brengen. Na de Wereldoorlog kwam dit overwaaien uit Engeland. We maakten bakjes met fruit en een groet uit de parochie en brachten die na afloop van de dienst naar mensen die om welke reden ook aan huis waren gebonden. Maar ook naar verpleeghuizen en ziekenhuizen. Dat kon in die naoorlogse jaren gemakkelijker dan tegenwoordig met alle regels enz. enz.

De nadruk lag toch vooral op het menselijk contact. Hoe kan je dank overbrengen, hoe kan je meer doen dan je fruitbak op de stoep zetten, aanbellen en hard weglopen? Alsof het Sinterklaasavond is.

We hebben pasgeleden tijdens het Loofhuttenfeest geleerd hoe het zit met die loelav, de plantenbundel en de citroen. Dan gaat het ook om de mens die op aarde is om te bewerken en te bewaren en die wordt aangespoord om dit werk ter hand te nemen in het goede land dat God geeft.

Op onze dankdag reiken wij de hand aan onze medemens, meer nog, aan mens en dier en aan alles wat leeft. Want goede gedachten reiken ver en hemelhoog en kunnen ons bevrijden van gevoelens van onmacht omdat zoveel onbereikbaar is in die dwaze wereld waarin wij leven.

Ons Kerkboek geeft ons woorden in de mond, gebeden voor deze dag, in de spanning van de lente en de herfst, opdat de dank terecht kan komen daar waar wij die in het diepst van ons hart willen brengen, bij de Heer, onze God.

De prefatie van deze dag zegt:

Gij hebt de mens gemaakt als beeld en gelijkenis van uw heerlijkheid.

Heel uw wondere schepping hebt Gij hem in handen gegeven. In uw Naam mag hij haar bewonen en bewaren en U prijzen om het werk van uw handen.

In het openingsgebed vragen wij, dat wij het goede dat God ons steeds weer schenkt, zo naar zijn wil gebruiken dat het rijk van vrede en gerechtigheid op aarde mag komen.

En daarmee komen wij op het spoor van de komende zondagen van de voleinding die in de novembermaand voorafgaan aan de Advent. Het is in de kille donkere tijd van het jaar dat wij in de kerk meermalen de dreigende taal horen van het einde van de dagen, de komende Eindtijd, het laatste oordeel. Allemaal woorden uit een apocalyptisch wereldbeeld, dat tracht de verborgenheid van een geloof in de toekomst in beeld te brengen. Deze literatuur die we ook terug vinden in enkele bijbelse geschriften, in het Oude Testament maar ook het laatste boek Openbaring, heeft mensen bang gemaakt voor hel en verdoemenis. De redding van deze heilloze wereld en haar geschiedenis moet van buiten komen en is alleen een toekomstige mogelijkheid. De profeet Daniel spreekt over de ‘gruwel der verwoesting’ wat doelt op de wandaden van de Hellenistische vorst Antiochus Epifanes die de tempel in Jeruzalem liet ontwijden. In het evangelie wordt in een eindtijdverhaal dit beeld van de profeet weer opgeroepen en komt terug in de Advent.

Het was een zaak van de prediking om duidelijk te maken dat de wereld niet alleen meer plaats van onheil is, maar dat door de komst van Jezus Christus dit noodlot is doorbroken. Dat een heilvolle toekomst mensen hoop en goede moed wil geven, zoals het boek Openbaring een troostboek is, vol van gruwelijke beelden, maar ook vol verzet tegen het kwaad van de mensen, geschreven in een tijd van vervolging.

Die taak van de prediking is er nog steeds en onveranderd. Er is veel angst en verdriet, verborgen woede en pijn onder de mensen. Maar het evangelie zegt:

wees niet bang, vrees niet.’ De tijden zijn in Gods hand, voor God is de schepping wel voltooid en goed, maar voor ons niet. In zijn grote scheppingswerk moet de voleinding nog aanbreken en de nieuwe tijd, de tijd van God die woont bij de mensen, die alles in allen zal zijn.

Aan het begin van deze troostrijke weken komt het feest van Allerheiligen, het feest van het hemelse Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt. Het feest van de grote menigte die niemand kan tellen, uit alle volkeren, stammen en naties.

En de dag daarna is het Allerzielen, waarop wij vooral denken aan al diegenen die ons zijn voorgegaan, want ook wij zijn eindig en wij zullen dezelfde weg gaan door de poort van de dood.

Wij geloven in de gemeenschap der heiligen, zingen we in het Credo. Zoals wij geloven in de Kerk die één is, heilig, katholiek en apostolisch. Dan denk ik aan Gods armen die alle mensen wil omvangen, eeuwige armen zegt de Tora, aan die gemeenschap denken wij, aan die Kerk als Moeder die ons leert om getroost onze weg te gaan door een vaak donkere en onherbergzame wereld.

Vergeet niet hoe wij heten:

naar U zijn wij genoemd.

Zoudt Gij ons niet meer weten,

dan waren wij gedoemd

te sterven aan uw leven;

maar zo Gij ons gedenkt

is er een eeuwig elven,

een ogenblijk gegeven,

een Paasdag die ons wenkt.

Zij raken niet vergeten

die over zijn gegaan

tot U, want in uw heden

bewaart Gij hun bestaan.

Hun namen zijn verzekerd

in uw gedachtenis.

Gij zult ze blijven spreken

tot die Dag aan zal breken

waarop het wachten is..

Vergeet niet hoe wij heten,

wij heten naar uw naam.

Uit duizenden gebeden

stelt Gij uw eenvoud saam.

Want zo zijt Gij gebroken,

gelijk het ene licht,

van naam tot naam gesproken,

van dag tot dag ontloken,

zo zien wij uw gezicht.

Willem Barnard OKG 704

Dag Roland,

alle goeds.

*