PDF Print

Brief aan een goede vriend (39)

















Beste Roland,

Bijna is het kerstmis! De zeven O-antifonen van de dagen vóór het feest spreken een taal die tracht het Geheim te benaderen van de komst van de Eniggeborene,

de eeuwige wijsheid die uitgaat uit de mond van de Allerhoogste, de afglans van het eeuwig licht, de Zon der gerechtigheid, Emanuel, de verwachting van de volken. God openbaart zich aan de wereld, het gaat om een blijdschap die alle volken gelden zal; U is heden de Zaligmaker geboren, Christus de Heer.

Er is een verschil tussen kerst en kerstmis. Kerst is het feest dat mensen aanrichten, met alles erop en eraan. En soms brengt dat mensen ertoe om kerstmis te vieren; de nachtelijke viering van de Eucharistie waarin het Geheim oplicht door de glans van het ware licht, dat deze heilige nacht luisterrijk heeft gemaakt. Dat bedenken wij als we in de kerstnacht het aloude gebed van het feest bidden en vragen dat het Geheim van Christus’ Geboorte ons mag vervullen met een vreugde die blijvend is. Minder mogen wij niet verwachten, het is de uitkomst van ons geloof, het vertrouwen dat wij aan de eeuwige liefde deelachtig zullen worden.

Dat zijn woorden uit de prefatie van het feest en zo valt er nog veel meer te citeren, woorden die wij beluisteren en doorzingen, maar die bestemd zijn om in ons hart te weerklinken. Want het kind dat in de nacht is geboren, moet ook in ons hart geboren worden en daarover is veel gemediteerd en nagedacht.

Want we hebben het over kerstmis, niet over kerst en het verschil is nu wel duidelijk.

Al die prachtige teksten die wij terugvinden in ons boeken komen uit het hart van de kerk en de meeste van eeuwen geleden. Dat heeft niet te maken met stilstand in het gelovig denken of met conservatisme, maar met het besef dat deze woorden steeds nieuw zijn. Bezingt met nieuw gezang de Heer, want Hij verrichtte wondere daden, zegt de introïtus van de Kerstdag, woorden uit psalm 98, 1 en die psalmen uit de Schrift blijken ook steeds nieuw te zijn en toepasselijk want het gaat altijd om het heil van onze God.

Het laatste gebed van de Advent, voordat de heilige nacht aanbreekt, vinden we in ons kerkboek.

Heer, onze God, de nacht loopt ten einde

en de dag van uw verschijnen is nabij.

Kom haastig tot ons, sticht vrede op aarde

voor wie in duisternis leven

en wachten op het licht van Christus, onze Heer.

Wij in het Westen vieren het feest in de nacht en op de dag dat de dagen weer gaan lengen. In Rome kende men het feest van de Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon en omdat dit geen geestelijke betekenis had voor de christenen- het was immers een natuurproces dat zich voortzet en herhaald, kreeg het feest van de Zon der gerechtigheid, Christus Geboorte, een vaste datum. De kerk in het Oosten is daar toen niet in meegegaan, maar hield vast aan 6 januari, het hoogfeest van de Openbaring van de Heer aan de volken, Epifanie.

Ook op deze dag spreekt de prefatie over het eeuwig licht voor degenen die geloven:

Gij hebt heden het geheimenis van onze redding geopenbaard

in Christus,, het licht voor alle volken.

In ons sterfelijk lichaam toont hij zich aan deze wereld;

door de glans van zijn onsterfelijkheid

wil hij ook ons vernieuwen en tot leven brengen.

Als jongmens werd ik al aangesproken door de feestantifoon van de zondag na kerstmis, zoals wij die vinden in ons Vesperboek van 1963. Het is in de huidige tijd voor onze parochie haast niet mogelijk om de vespers te vieren, tenzij met een zeer kleine groep mensen. Maar juist in dat stuk gezongen boek van voor de liturgie vernieuwing vinden we teksten die grotendeels stammen uit de bijbel en uit de lange traditie van de Kerk. Gelukkig is er veel bewaard doordat teksten een eigentijdse vertaling hebben gekregen.

Die antifoon dus: Toen diepe stilte heerste overal, de nacht in zijn loop de halve weg had afgelegd, kwam uw alvermogend Woord, o Heer, van zijn vorstelijke zetel afdalen

Wat mij boeide was die diepe stilte. Dat moest meer zijn dan alleen maar de stilte van de nacht als mens en dier rusten en de bedrijvigheid wordt onderbroken.

Later heb ik begrepen dat het om oneindig meer gaat. Die nacht is onze nacht, een natuurlijk verschijnsel waar wij vertrouwd mee zijn en dat behoort tot onze werkelijkheid, ons gewone verstaan van de dingen.

Die diepe stilte heeft kosmische betekenis. Het is het zwijgen van het heelal dat mensen tot wanhoop kan drijven en dat altijd weer doet zoeken met alle middelen die er zijn en die nog zullen worden ontwikkeld, naar buitenaards leven, naar stemmen in de onmetelijke ruimte. Blaise Pascal werd er dor overvallen toen hij het besef kreeg van de verlatenheid en het duistere van de oneindigheid.

Zijn enige steunpunt was Christus die door de hemelen was heen gegaan en aan wie hij zich kon vastklampen. Het is de verpletterende stilte die geen antwoord geeft en zelfs niet de echo van ons menselijk roepen.

Die diepe stilte heerst overal, zegt de antifoon en die is van een andere orde dan de stilte van onze nachten en het duister van ons wakker liggen. Vanaf de Griekse onderzoekers, speurders naar de natuurkundige processen, hebben mensen gezocht naar de ontraadseling van de dingen die ons omgeven. En altijd zullen we halt moeten houden waar we de grenzen overschrijden van de menselijke maat die niet anders ervaart dan dat de natuur zwijgt, geen blijken geeft van begrip voor ons menselijk pogen, ons nooit tegenspreekt.

Wij kunnen beweren wat wij willen, we kunnen zelfs God ontkennen en Hem geen plaats geven in ons leven, we kunnen genoegen moeten nemen met een oneindige mysterieuze massa en een onsterfelijk wezen waar we niets mee hebben, we kunnen leven als moderne mensen, alleen begiftigd met de rede, zo leven veel mensen om ons heen.

Misschien gaan ook zij kerst vieren, misschien zelfs kerstmis vieren omdat er een ongrijpbaar verlangen blijft. Naar eens stem die klinkt, naar een licht dat brandt, naar een samenzijn met mensen om samen een lied te zingen dat je als kind al hebt geleerd maar waar je niet mee verder kon.

Toen die diepe stilte heerste die je verbijsterd en bang maakt is er een stem gehoord. et alvermogend Woord is tot onze wereld, onze werkelijkheid afgedaald. Uit de wereld zonder grenzen geschiedde het dat God het zwijgen heeft verbroken, dat er een stem klonk, de Stem van de stilte. Een stem die klinkt voor ons mensen, het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond, zegt het Johannes evangelie dat gelezen wordt op de Kerstdag en de tweede lezing vertelt in opgetogen taal over het geheim van Israel, dat God gesproken heeft vanaf het begin van de schepping, vanaf de Sinai tot nu. Nu de Zoon gekomen is, als vervulling van de beloften die de profeten in de stem van de stilte hebben gehoord. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen en hij houdt alles in stand door zijn machtig woord.

Als het gaat om ons menselijk spreken beschrijven wij een handeling die wij begrijpen. Maar als wij verklaren ´God spreekt´verwijzen wij naar een mysterie dat ons bevattingsvermogen te boven gaat.

Daarom vieren we ook kerst! Om er toch bij te kunnen. Zingen we de liedjes, branden we de lichtjes, eten wij als het kan gezellig met elkaar of we kijken meer dan anders om naar elkaar.

En vieren we in de stille, heilige nacht dat Hij die gekomen is van verre, ons nabij wil zijn. Zodat wij niet bang hoeven te zijn, ook al leven wij nog steeds in een wereld, verloren in schuld. Als het aan de mensen ligt, ja,maar als het aan God ligt, aan de schuld voorbij.

Dag Roland, een zalig kerstfeest en alle goeds!

*