PDF Print

In het hart van de zaak 2

De tijd van Epifanie

 

Openbaring van de Heer Jezus Christus aan de volkeren

 

In dit jaar 2010 telt deze tijd 6 groene zondagen. Het aantal is afhankelijk van de paasdatum. Groen betekent niet 'niets te doen' zoals men vroeger wel zei door de afwezigheid van grote feesten, maar het verwijst naar groei, hoopvol uitzien naar nieuw leven. De lezingen in dit C.jaar, het jaar van de evangelist Lucas, hebben vooral daarop betrekking, maar laten ook zien dat de groei belemmerd kan worden door de houding van mensen. Waar Jezus zich vertoont, wordt zowel het een als het ander zichtbaar.

Op 17 februari a.s. begint met Aswoensdag de Veertigdaagse vasten, ook Veertigdagentijd genaamd. Deze bijzondere tijd van persoonlijke en gezamenlijke bezinning eindigt op zaterdag 3 april, Paasavond.

 

Maar zover is het nog niet; nu eerst de komende zondagen die déze tijd markeren.

De tweede zondag in de reeks, 17 januari, is al aangekondigd elders op deze website, de zondag van de bruiloft te Kana.

We gedenken op deze dag ook de H. Antonius de Monniksvader, abt, een zeer populaire volksheilige. U vindt in Vieren en Gedenken op pagina 17 een beschrijving van zijn leven, dat velen heeft geïnspireerd, vooral binnen de lange monastieke traditie.

 

Zondag 24 januari, de derde zondag na Epifanie, wordt het verhaal gelezen van Jezus' optreden in de synagoge van Nazaret. In dit kleine plaatsje waar hij was opgevoed, kende men hem goed en er was aanvankelijk veel aandacht toen hij mocht voorlezen uit het boek van de profeet Jesaja. Maar dat veranderde toen hij zich kritisch uitte en de woorden van Jesaja betrok op zijn persoon (Lucas 4, 14-21). Sterke geladen woorden, die de mensen niet konden verdragen uit de mond van Jezus.

 

Daarover horen we op de volgende zondag 31 januari, de vierde na Epifanie. Boze mensen wilden hem van de rotsen werpen, maar zo staat er: hij schreed midden tussen hem door en ging heen. (Lucas 4, 21-32). Het is de zondag van de profeten, naar de uitspraak van Jezus dat geen profeet wordt aanvaard in zijn vaderstad.

 

Zondag 7 februari, de vijfde in de reeks, spreekt niet over menselijke onwil en boosheid maar over onmacht en teleurstelling. Groei, hoop en uitzicht, daarover gaat het op deze zondag van de wonderbare visvangst. De Heer troost de verbijsterde discipelen, geroutineerde vissers, met zijn belofte aan Petrus en de anderen: 'Vrees niet, van nu af zul je vissers van mensen zijn'.

 

Zondag 14 februari, de zesde zondag na Epifanie lezen we in de viering van de Eucharistie de tekst van de Zaligspreking, zoals die voorkomt in het evangelie van Lucas.

In het leesrooster van de zon-en feestdagen komen we deze beroemde worden van Jezus ook nog tegen in het A-jaar (vierde zondag na Epifanie, Matteüs 5, 1-12) en op het feest van Allerheiligen dat gevierd wordt op 1 november of om pastorale redenen op de zondag daarna.

Met deze zondag is de tijd van Epifanie dit jaar afgesloten.

-----------------------------------------------------------------------

 

Er valt in deze tijd nog een aantal gedenkdagen en vierdagen die we hier nu vermelden.

20 januari, H. Fabianus, bisschop van Rome en H.Sebastianus, martelaren.uit de derde eeuw.Vooral de laatst genoemde vind je in heel Europa afgebeeld (V. en G. blz. 19).

 

21 januari. H. Agnes, martelares uit het oude Rome, opgenomen in de Romeinse canon, niet in de Nederlandse tekst in ons Kerkboek, Eucharistisch gebed 1. Een belangrijke reliek, afkomstig uit de Domkerk, in 1580 gered uit de handen van de plunderaars, berust onder het vieraltaar van Ste Gertrudis. Bij het bidden van Eucharistisch gebed 1 dient haar naam om die reden mede vermeld te worden in de reeks gedachtenissen. (V. en G. blz.20).

 

24 januari. H. Franciscus van Sales, bisschop van Genève, verwant aan het gedachtengoed van Port-Royal, groot zielzorger met aandacht voor de gewone man. (V. en G. blz 21).

 

25 januari. Roeping van de H. Apostel Paulus, de apostel van de heidenen ( de niet- Joodse volkeren). Lees zijn roepingsverhaal in V.en G. blz. 21-22).

 

26 januari. Leerlingen van de apostel Paulus. In het Nieuwe Testament vinden we bij de apostolische brieven hun namen Timotheüs en Titus. (V. en G. blz.23).

 

27 januari. H. Johannes Chrysostomus, bisschop (patriarch) van Constantinopel, geliefd en vereerd in het Oosten waar hij een belangrijke rol speelt in de Liturgie. (V. en G. blz.25-25).

 

28 januari. H. Tomas van Aquino,, doctor angelicus, de engelachtige leraar. Hij is als groot theoloog eeuwenlang toonaangevend geweest. (V. en G. blz. 25).

 

2 februari. Veertig dagen na het Geboortefeest van de Heer vieren we de opdracht van het kind Jezus in de tempel door Maria en Jozef. Op of om deze feestdag worden vanouds de altaarkaarsen gewijd en aan de gelovigen kaarsen uitgereikt voor persoonlijk gebruik en een lichtprocessie gehouden naar de plaatselijke mogelijkheden. V. en G. 

blz.27-29).

 

 

5 februari. H. Agata, maagd en martelares uit de vroege kerk van Cicilië. (V. en G. blz.29).

 

8 februari. H. Profeet Zacharia (De Heer is gedachtig geweest) leefde in de zesde eeuw vóór

Christus. Alle volken zullen God erkennen als de Enige en het leven zal geheiligd zijn als de mensen samenkomen van oost en west. (V.en G. blz.31).

 

10 februari. H. Scholastica, de zuster van de H.Benedictus, is patrones van de zusters Benedictinessen. (V. en G. blz.32).

 

14 februari. H. Cyrlllus en zijn broeder Methodius, monnik en bisschop.Ze worden in de Oosterse kerken zeer vereerd als apostelen van de Slavische volkeren, als bijbelvertalers in de moedertaal en bewerkers van de liturgie, ten behoeve van de mensen voor wie ze ook het Cyrillische schrift hebben ontworpen, dat nog steeds in gebruik is. (V. en G. blz. 32-33).

 

Tekst nu we denken aan het komende vastenoffer:

 

De arme moet uit liefde tot God worden opgenomen en naar kunnen worden onderhouden

omdat hij als mens een zuster en broeder is. Als God ook toestaat dat de rijke veel bezittingen heeft, die hij de mensen onthoudt, zo bemint Hij toch de gestalte van de arme omdat zij het beeld dragen van zijn Zoon die arm geworden is om ons rijk te maken.

H. Hildegard von Bingen (V. en G. blz 143).

*