PDF Print

In het hart van de zaak 4


Goede God, wij danken U voor Jezus, uw Geliefde,

die ons voorgaat in deze Veertigdagen om ons te maken tot nadenkende

mensen die de stilte niet schuwen,

maar die ook willen weten wat hen te doen staat

als mens tussen de mensen,

om liefdevol te leven, bedacht op vergeving en goedheid,

om de woestijn met zijn kale en dorre plekken

bewoonbaar te maken,eenvoudig om ons plekje op aarde.

Geef ons het besef dat wij met al ons gepraat over vrijheid,

in de werkelijkheid van ons onvrije bestaan

onderworpen zijn geraakt aan machten die sterker zijn dan wijzelf


Help ons door Jezus Christus, uw zoon van de belofte

zodat ons oude bestaan vernieuwd zal worden

wanneer wij de wegen volgen die Hij is gegaan ten einde toe.

Amen.


O stad van vrede en van lust


O stad van rede en van lust,

waar alle toorn is uitgeblust,

geen wet is tegen u gekeerd

en daar is geen vervloeking meer.


Geen hoge raad en geen gericht

weerstaan ons in het aangezicht,

want waar God troont is ook het Lam

dat dood en oordeel op zich nam.


Zo mogen al de knechten vrij!

Goeden en slechten, zij aan zij,

gaan opgetogen door de poort:

zij groeten God en doen het woord.


Al doende zien zij 't witte licht

dat uitstraalt van zijn aangezicht

en op hun voorhoofd blinkt zijn Naam

EMMANUEL in alle taal!


O volk dat vredelievend lacht,

daar komt geen avond meer, geen nacht,

dat gij met lampen door de straat

bang uitziet naar de dageraad.


Want 'Heren woord is in uw mond

En God is goud, is morgenstond:

gij zult regeren en voortaan.

zal nooit de zon meer ondergaan!


Th.J.M. Nsastepad Uit lied 557 OK Gezangboek


Terug- en vooruitzien


Afgelopen zondag, de eerste zondag van de vastentijd, lazen we uit het evangelie naar Lucas het verhaal van Jezus, die na zijn doop, vol van de Heilige Geest, veertig dagen lang zich terugtrok op een eenzame plaats, in de woestijn van Judea. Marcus de evangelist, vertelt dat de Heer in hert gezelschap was van de dieren en dat de engelen hem dienden, nadat de Geest

hem naar de woestijn had geleid. Het was dus niet zomaar een behoefte van Jezus om alleen te zijn, het had een diepere bedoeling. Dat wordt ook duidelijk als alle drie evangelisten die dit verhaal vertellen, meer of minder uitvoerig spreken over de verzoeking door de duivel of satan die Jezus komt lastig vallen.

Voor veel mensen is dit een moeilijk te begrijpen gebeuren. Maar als je er over nadenkt, wordt het heel herkenbaar. De liturgische gegevens van deze en komende zondagen staan vermeld onder de agenda.


In de brief aan de Romeinen zegt de apostel Paulus, dat hetgeen vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat we door te volharden en door troost te putten uit de Schriften, de hoop zouden vasthouden!

Zo willen we luisteren, in de kerk of thuis naar woorden die tegengif bieden tegen alles wat in onze ontluisterde samenleving aan haat en nijd, spot en laster, bedreiging en minachting, naar buiten komt. Zozeer zelfs dat we in Europa aan de top staan als het gaat om uitingen van de negatieve kanten van de secularisatie.

We kunnen dit alles terecht ervaren als duivelse en satanische uitingen. In de bijbel is de duivel het woord voor de macht die alles uiteengooit,verwarring schept, mensen uit elkaar drijft.

En satan is de verleider, evenzeer een macht die in staat is mensen aan te zetten tot dingen die achteraf alleen maar onheil en ondergang inhouden.


Op de eerste zondag ging het om de verwarring, om de verleiding, om de bekoring. Brood maken van stenen, waanzinnige dingen doen, niet te stillen honger naar macht.

Het gaat er maar om dat we dit doorhebben, dat we het radicaal afwijzen voordat het te laat is.

Dat we ons de antwoorden die Jezus geeft aan de duivel, eigen maken: 'de mens leeft niet bij brood alleen'. En dat andere: 'Je zult de Heer, je God, aanbidden en Hem alleen dienen.'

En zelfs als het in valse vroomheid verpakt is: 'Je zult de Heer, je God, niet tergen', niet op de proef stellen door Hem uit te dagen.

En toen de duivel hem zo tot het uiterste beproefd had, ging hij van hem weg.


Komende zondag, 28 februari, vertelt het evangelie over de verheerlijking op de berg.

In de vroege kerk en trouwens ook nu nog bereidden de geloofsleerlingen die gedoopt en aangenomen zouden worden in de Paasnacht, zich tijdens de Veertig dagen voor op dit beslissende gebeuren in hun leven.

Ze werden in de eerste week gewaarschuwd voor demonische aanvallen. Maar de week daarop zagen ze met de apostelen Petrus, Jakobus en Johannes op de berg de gedaanteverandering van Jezus, de stralende mens in verheerlijkte staat. God staat niet toe dat een mens beproefd wordt boven zijn kracht.



*