PDF Print

In het hart van de zaak 10


Als het waar is


Als het waar is dat er één verrezen,

één teruggekeerd is uit de dood,

is dat vreemde wonder veel te groot

voor de kreukels van ons menslijk wezen.


Als wij ons geringe leven meten

aan de majesteit van dat gebeuren,

aan een Heiland die door dichte deuren

komt om brood en vis met ons te eten,


wordt het op zo''n grote boog gespannen,

wordt het menselijk bedrijf gericht

op een alles overstralend licht,

en er tegelijk weer uit verbannen,


is het alles oordeel en genade,

dringt de zon die opstaat uit de steen

door de diepten van het leven heen

en tot in de naden van het kwade.


Als een god de maat is aller dingen

rest ons niets meer dan verrukt van schrik,

stamelend, verbijsterd van geluk,

bevend van ontzag zijn lof te zingen.

J. Schulte Nordholt



Wat zoekt gij de levende bij de doden?


Wat een vraag in het Lucas evangelie van de Paaswake!

Hij is hier niet, maar hij is verrezen.


Die vraag werd gesteld aan gelovige joodse mensen, vrouwen die lange tijd met Jezus waren meegetrokken in het gezelschap dat hem volgde op zijn tochten door het land Israël.

Je kunt je dus lelijk vergissen, wat niet zo onbegrijpelijk is, want dood is dood en opstaan uit de dood is onmogelijk. Dat kan niet en het gebeurt niet, zeggen veel mensen en niet alleen atheïsten die heel het godsbestaan ontkennen.

Die zijn geneigd om aan ons christenen te vragen- als er al wat gevraagd wordt- waarom wij in zoiets geloven; in iets dat niet kan.

In het evangelieverhaal is de vraag er wel, maar dan omgekeerd: wat zoek je de levende bij de doden?

Denken jullie dat dit niet kan? Hij is hier niet, maar hij is verrezen. Hij gaat je voor naar Galilea. Hij blijft je voorgaan, Hij gaat ons nog steeds voor op onze weg door dit aardse leven.

Door de dood heen gaat Hij met ons mee. Dat is Pasen, de overgang van de dood naar het leven!


. Geprezen is, geprezen is

de Heer die 't eeuwig wezen is.

Hij die het licht te voorschijn riep

laat ons opnieuw beginnen,

de nacht kan noot meer winnen,

omdat de dood ten einde liep

die dag dat Hij ons schiep,

die dag dat Hij ons schiep.


Nu 't Pasen is, nu 't Pasen is,-

o leven dat ontslapen is

en dood die naar de vrede leidt,

o Heer, mijn dood en leven,

aan mij voorgoed gegeven-

nu loof ik u die heden zijt

verrezen voor altijd,

verrezen voor altijd.

OKG Lied 642, 2 en 3


In deze Paasweek denken we met vreugde terug aan de dagen die achter ons liggen.

Wat hebben we het goed gehad met elkaar, met zoveel mensen, jong en oud die kwamen om te vieren, om de boodschap van Pasen te horen, de oude en vertrouwde woorden, maar altijd nieuw, om te zingen, om de gaven te ontvangen van het heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van de Heer.

Blij en gelukkig, samen met de twaalf nieuwe leden van de Kerk, leden van onze parochie, die naar oude traditie in de Paaswake deel kregen in de volheid van het leven van de katholieke Kerk.


Zondag vieren we de tweede zondag van Pasen, Beloken Pasen, omdat op die dag een einde komt aan de feestelijke week die dan een afsluiting vindt (luiken is een oud woord voor sluiten, denk aan luik).

We zijn de paastijd ingegaan, vijftig dagen tot aan Pinksteren.


Het is in dit C-jaar de zondag waarop het evangelie wordt gelezen van de Emmaüsgangers, het ontroerende verhaal van de twee mannen aan wie de Heer verschijnt als ze onderweg zijn van Jeruzalem naar hun dorp.

De eerste lezing uit het OT is het verhaal van Jakob, die nadat de zon is onder gegaan en hij zich te slapen legt, een godontmoeting krijgt en de Heer hem een belofte geeft voor het leven, aan hem en aan zijn nakomelingen.

In de tweede reeks lezingen in deze vijftigdagentijd, horen we het bericht over de eerste christengemeente te Jeruzalem, zoals Lucas dat ons vertelt in het boek van de Handelingen der apostelen.

En er is op deze zondag het vergezicht uit de Openbaring van Johannes; de verheerlijkte Christus, die de woorden spreekt: 'Vrees niet, ik ben de eerste en de laatste en de levende; ik ben dood geweest, maar zie, ik leef tot in eeuwigheid en ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk'.


Daarom bidden we komende zondag in gemeenschap met de Kerk:


Barmhartige God,

ieder jaar wekt Gij

in de viering van het Paasfeest

het geloof van uw volk tot nieuw leven.

Blijf allen uw genade schenken

en geef hun de diepe zin te verstaan

van het water waardood zij zijn gereinigd,

van het bloed daardoor zij verlost zijn

en van de Geest in wie zij zijn herboren.

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U in de eenheid van de heilige Geest

leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.

Amen.




 

*