PDF Print

In het hart van de zaak 12


De week van de Goede Herder


Zondag 25 april jl. begon de week van de Goede Herder. Tevens het begin van een reeks van dagen die gedenkwaardig zijn voor heel veel mensen, gedenkwaardig ook voor de Nederlandse samenleving. Gedenkdagen, feestdagen elkaar. Het is niet zo moeilijk om je daarbij van alles voor te stellen. Mooie dingen en vreselijke dingen. Dingen uit het verleden die nog niet vergeten zijn, maar ook de actualiteit die ons confronteert met het heden en ons richt op de toekomst die op ditzelfde ogenblik begint. De TV en de pers doen ons niet vergeten. Zogoed als er ook veel bijeenkomsten zijn, ook in de kerken.

A.s. zondag na Koninginnedag zingen we na de Eucharistieviering het Wilhelmus en waar is het zesde couplet beter op zijn plaats dan juist in de kerk waar mensen tijdens de oorlog en op veel andere momenten zich bevestigd wisten in hun godsvertrouwen en een stuk saamhorigheid.

Mijn schild ende betrouwen, zijt Gij, o God, mijn Heer…


Moet het volkslied een plaats hebben in ons kerkelijk gezangboek? Dat is een serieuze vraag geweest bij de samenstelling van de inhoud. Ja, het Wilhelmus heeft een plaats in ons gezangboek, een wat onderscheiden plaats weliswaar, zoals we het zingen na de slotzegen, want het behoort niet tot de liturgie, maar hoe dan ook: we zullen het ook zondag weer met elkaar zingen, veel mensen met een brok in de keel en de ouderen onder ons met de herinnering aan de jaren dat het niet gezongen mocht worden. Luidkeels zullen we het zingen, in de rug gesteund door het grote werk van het orgel, want het mag nu gehoord worden, heet mag op straat gehoord worden.


In deze week vieren we Koninginnedag. We hopen en verwachten dat het een mooie en feestelijke dag zal zijn zoals we dit gewend zijn in Nederland. Toch denken we nog aan vorig jaar, aan dat vreselijk gebeuren in Apeldoorn, aan de slachtoffers, doden en gewonden. Onze koningin zal een monument onthullen en met de koninklijke familie weer bijeen zijn op die plek van het onheil.

Dertig jaar is koningin Beatrix ons staatshoofd. Geliefd en bewonderd, een goede herder voor haar volk. We hebben in onze kerk een mooi gebed, dat aan het einde van de zondagsviering gezongen kan worden volgens een eeuwenoude traditie. In deze dagen en in de meidagen is dit gebed nog meer dan anders op zijn plaats. Een gebed voor de koningin en voor allen die regeren. (OKG 494)


Machtige, eeuwige God,

in wiens hand alle machten zijn,

zie neder op uw dienares, onze koningin Beatrix

en op allen die ons land besturen

en op allen die landen en volken regeren.

Geef hun de geest van wijsheid, raad en sterkte,

opdat heel de wereld

mag leven in gerechtigheid en vrede.

Door Christus, onze Heer.



Zondag as. is de vijfde zondag van Pasen. De lezingen van deze dag sluiten verrassend aan bij zeer velen nu bezig houdt. Hoe kan het een volk goed gaan, zegt de eerste lezing uit het boek Deuteronomium? En hoe kon het ooit zo radicaal misgaan tijdens de rampspoed van de tweede Wereldoorlog? Goede herders, slechte herders, huurlingen die de schapen verloren laten gaan?

Deze zondag leert ons,meer nog, wil ons inprenten dat het doen van Gods geboden, de Heer onze God liefhebben en onze medemensen, de toekomst voor ons open houdt.

Het joodse volk krijgt de geboden opgelegd, wordt een drager van het grote gebod:

Hoor, Israël: de HEER is onze God; de HEER is één! Gij zult de HEER, uw God,

liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.


We kunnen het Sjema zingen op een sterke melodie (OKG 495). Het is opgenomen in de doopliturgie als een acclamatie voor de gemeente.


Dat zijn degenen tot wie in de tweede lezing uit de Openbaring van Johannes wordt gezegd: Zalig zijn zij, die tot het bruiloftsmaal van het Lam genodigd zijn.

Woorden die wij kennen uit de liturgie als de priester ons nodigt om ter communie te gaan.

Dat bruiloftsmaal en de liefde die sterker is dan de dood horen bijeen.


In het evangeliegedeelte van deze zondag, spreekt Jezus over zijn komende heengaan en over de liefde waarmee hij de mensen, zijn leerlingen in het bijzonder, heeft liefgehad,

Daar komt geen einde aan! Na de Hemelvaartsdag komt het Pinksterfeest, de uitstorting van de Heilige Geest. Er komen stromen van zegen. Het evangelie van Jezus Christus de wereld in en wat voor wereld! Hij laat ons niet alleen, Hij blijft bij ons alle dagen tot aan het einde van de wereld. Dat vieren we elke zondag in de kerk, in de blijde ontmoeting van Woord en Sacrament.

Hij heeft ons een gebod gegeven, een voorwaarde. Het is niet allemaal vrijblijvend en goedkoop.

Hieraan zal een ieder weten, dat je mijn leerlingen bent, wanneer je de liefde onder elkaar bewaard!


Opdat zij leven hebben in overvloed


O Heer, die onze Herder zijt

tot in de dood,

gij zijt de deur der schapen,

gij zijt ons ware brood.

Gij zegt: 'Wie door mij in gaat

vindt veiligheid en vrijheid,

een land van melk en honing,

er zal in mijn nabijheid

een groene weide zijn voor

elk die naar mij hoort'

Gij geeft Uzelf als voedsel,

eeuwig, levend Woord.


De schapen die bekend zijn met de herdersstem

die elk van hen bij name noemt en slechts naar hem

die hun vertrouwd is horen, - geen vreemde zal hen weiden,

maar wij horen uw roepen in godverlaten tijden.

Naar buiten leidt Gij ons, waar vrees en twijfel zijn,

o Herder, ga ons voor door deze doodswoestijn.


Gij, Christus, staat met ons op 't kruispunt van de tijd:

zo velen voor U toonden enkel zich bereid

tot roven en tot stelen, tot slachten en verderven,

maar Gij zijt onze redding, want Gij laat door uw sterven

ons met U zijn in 't paradijs en ons voorgoed,

ja, eeuwig door U leven in overvloed


Koenraad Ouwens (OKG 973)


*