PDF Print

In het hart van de zaak 16

Feestdag van de allerheiligste Drieëenheid

 

Op de eerste zondag na Pinksteren wordt vanaf het jaar 1334 binnen de westerse Kerk een feest gevierd van lof en aanbidding. gewijd aan het mysterie van Gods Wezen.

God is onkenbaar en toch kennen wij veel van Hem. Hij gaat ons begrijpen te boven en toch vindt ons hart door het geloof vrede en rust bij Hem. Het is een groot en niet te vatten wonder dat Hij zo in een mensenleven aanwezig wil zijn. Hij is de Verborgene, de Eeuwige door Wie alles is geschapen en van Wie wij in alles afhankelijk zijn. Wij kunnen onze Schepper niet doorgronden, wij kunnen zijn bestaan niet langs verstandelijke weg bewijzen maar evenmin ontkennen. God maakt zich kenbaar in zijn schepping, Hij doet dit de eeuwen door via mensen, via zijn verborgen leiding die wij soms ook in ons eigen hart ervaren. Er is in ons een ingeboren bewustzijn van God, ook als wij Hem bewust ontkennen. Hij heeft ons naar zich toe geschapen, zegt de kerkvader Augustinus, ‘ons hart is onrustig in ons, totdat het rust vindt bij U’. God geeft geen wetenschappelijke zekerheid, geen rationele bewijzen die evenmin zekerheid bieden, maar dan blijft wat Pascal ooit uitsprak ‘het hart heeft zijn eigen redenen’ naast het verstand dat deze grote geleerde zeer hoog achtte.

 

God openbaart zich op velerlei wijzen aan mensen. God spreekt in de stilte van het hart. God doet wonderbare dingen in het leven van mensen. Maar Hij is ook de zwijgende God, degene die zich verbergt, de God die kwellende vragen oproept bij mensen in nood, in angst en verdriet. Of als we ons zondig voelen en schuldig, mislukt en uitzichtloos.

Wat kunnen wij met zo’n God!

De bijbel staat er vol mee; met menselijke woorden en soms ook woorden van Godswege.

Goddelijke waarheid in het spreken van mensen, een ieder op zijn en haar eigen wijs.

 

Onze kennis van God is niet voldoende; we kennen Hem pas goed als we weten dat Hij genadig is en goedertieren, een God van liefde en vergeving. Hij is de God van Jezus, de mens die een unieke relatie kent en die in het getuigenis van het evangelie spreekt over ‘mijn Vader’, anders dan over onze vader. De apostelen en de overige eerste getuigen van de vroege kerk zijn hem na de opstanding ‘zoon van God’ gaan noemen, de Christus door wie wij God eerst goed leren kennen. Jezus is de hoogste openbaring van God, wie hem ziet, ziet de Vader.

(Johannes 12,45. Wie hem gezien heeft, heeft de Vader gezien, zegt hij tot Filippus (Johannes 14,9)

Hij is ‘het beeld van de onzichtbare God’, zegt de brief aan de Kolossenzen, geschreven vóór het jaar 70

Beeld van God, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van heel de schepping;

In hem is alles geschapen. alles in de hemel, en alles op aarde,

het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten,

alles is door hem en voor hem geschapen.

Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. Hij is het hoofd van het lichaam,

de kerk.

Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden om in alles de eerste te zijn:

In hem heeft heel de volheid willen wonen en door hem en voor hem

alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel,

door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.

 

De nieuwtestamentische getuigen gebruiken een hele reeks van termen, begrippen en beelden om het geheim van Jezus te verwoorden. Beeldende taal vooral. Later gaat men onder invloed van de Grieks- Romeinse cultuur door middel van de tweenaturenleer –waarachtig God- waarachtig mens- de grenzen van het spreken en het denken over de Persoon van Jezus aangeven. Vooral de evangelist Johannes heeft een reeks van prachtige beelden gebruikt om de betekenis van Jezus uit te drukken. Hij is de Logos, het Woord, de uitstraling en de heerlijkheid van God of van Gods Geest. Christus en Heer is Hij en zo kennen wij Hem in de liturgie, in het woord en in de uitdrukking van het beeld, vooral de iconen. De grote schildering boven de apsis in Ste Gertrudis geeft uitdrukking aan dit geloof.

 

Jezus was geheel vervuld van de Geest. Hij belooft deze Geest te zenden en uit te storten over zijn leerlingen, om hen toe te rusten voor hun zendingstaak in de wereld. De eenheid van God

is begin- en eindpunt; bij de schepping ging het Woord van de Vader uit, in dit Woord was de Geest. Christenen geloven in één God, de éne God van liefde, de God van alle mensen.

Christenen belijden het leerstuk van de Drieëenheid of Drievuldigheid, zoals het in de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel (325 en 381) is uitgesproken. De Kerk in oost en west zingt deze hymne als een lofprijzing op zon- en hoogtijdagen.

Zo is ook deze feestdag bedoeld; niet als een dogmatische uiteenzetting- daar is elders ruimte voor in de dogmatiek-, maar als een doxologie.

Het werk van de verlossing, begonnen door God met de menswording uit de Maagd Maria, voortgezet in het leven van Jezus en zijn kruis en opstanding is voltooid met de uitstorting van de Heilige Geest met wij gedenken op de Pinksterdag.

Het feest van komende zondag, van Vader, Zoon en Heilige Geest vormt als het ware de afsluiting van deze reeks gedachtenissen die we in de kerk ieder jaar met dankbaarheid en blijdschap vieren.

 

In de achtste eeuw bestond al hier en daar een aanzet om te komen tot deze feestdag. Maar er waren ook geluiden van mensen binnen de kerk die terecht zeiden dat we immers elke zondag de lof van de Drieéne God zingen en Hem in geest en waarheid aanbidden. Toch heeft deze feestdag binnen de westerse Kerk algemeen ingang gevonden. In de oosterse kerken ligt het volle accent nog steeds op de zondagen

 

Hymne in de lauden

 

O hemels licht dat God ons geeft,

Licht dat in licht zijn oorsprong heeft,

o Zoon, o zuivere fontein,

ons daglicht, onze zonneschijn.

 

Ja onze zon, die stralend staat,

die dag en nacht niet ondergaat,

 

geef dat uw Geest te allen tijd

in licht en waarheid ons geleidt.

 

Wij roepen ook de Vader aan,

de Vader, die ons bij kan staan,

die in het licht zijn woning heeft,

dat Hij ons onze schuld vergeeft.

 

Dat Hij ons leidt, - en zie wij zijn

naar ziel en lichaam waarlijk rein

en door een groot geloof vervuld

bevrijd van dwaling en van schuld.

 

Als Christus onze spijze is

en het geloof tot lafenis,

dan schenkt de Geest ons goede wijn,

wij zullen nuchter dronken zijn.

 

Een lichte dag zij ons bestaan,

nog schuchter in het opengaan,

vol warm geloof als ’t middag is

en zonder nacht of duisternis.

 

De dageraad verrijst zo schoon,

o onze zon, des Vaders Zoon,

de Vader is in U en Gij,

Gij zijt aan Vaders rechterzij.

 

Aurelius Ambrosius (ca.340- 397) OKG 345

 

 

Gebed van de feestdag

 

God, onze Vader,

Gij hebt het Woord der waarheid

en de Geest die heilig maakt

in de wereld gezonden

om aan de mensen het geheimenis

van uw Godheid te openbaren.

Geef dat wij in oprecht geloof

de glorie van uw eeuwige Drieëenheid erkennen

en U, de ene en ware God

in geest en waarheid aanbidden.

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U in de eenheid van de heilige Geest

leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

.

*