PDF Print

In het hart van de zaak 20

Zondag na Pinksteren 8 in de reeks, 27 juni

Zondag van de navolging

Hildegard van Bingen leefde in de twaalfde eeuw. Zij was haar tijd ver vooruit of beter gezegd; ze leefde met hart en ziel in de Benedictijnse traditie, een evenwichtige levenswijze van bidden en werken, een heel bijzondere vrouw die streefde naar een gezonde levenskunst en anderen met haar daarin liet delen. In Vieren en gedenken vinden we op 17 september een levensbeschrijving die duidelijk maakt dat haar creatief vrouwzijn ook voor mensen van onze tijd van grote betekenis kan zijn.

 

Zij gebruikte veel beelden uit het gewone leven om mensen te betrekken bij wat zij verstaat als een goddelijke opdracht die zich uitstrekt over het hele bereik van menselijk handelen.

Met het oog op komende zondag zie ik het beeld van de ploeger die rechte voren maakt door zijn blik opgericht en vooruit te strekken. Zó moeten wij door het leven gaan, zegt Hildegard, in haar onderrichtingen aan haar zusters in het klooster. Niet achterom zien, niet met het hoofd naar beneden, maar als beeld Gods opgericht om zijn werk en zijn doel, het bouwen aan de nieuwe aarde te voltooien. Om datgene te doen wat God jou toebedeelt.

 

Hoe kunnen we dat? Hoe is dat onmogelijke toch mogelijk?

Deze zondag van de navolging spreekt daarover. Over het onvermoede, over geroepen worden, over navolgen. Dat is niet hetzelfde als imiteren, nabootsen, erger nog na-apen.

Navolgen wil zeggen; je eigen spoor trekken, je eigen last dragen. ‘Ga heen en verkondig het koninkrijk van God’ zegt Jezus in het evangelie (Lucas 9,51-62) Sla de hand aan de ploeg en kijk naar wat voor je ligt. ‘Niemand die de hand aan de ploeg slaat en achterwaarts ziet, is bekwaamvoor het koninkrijk van God’.

Navolging is staan in de ruimte want Christus heeft ons vrijgemaakt, we zijn geen slaven meer van allerlei dingen die het leven ondragelijk maken en beschadigen. Het is harde taal in de Galatenbrief, in het gedeelte van deze zondag, de taal die wij kennen van de maatschappij waarin we leven. Maar het is de Geest die doorbreekt, die mensen in beweging zet en aanspoort tot navolging.

De vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, ingetogenheid.

Bestaat dat nog? Dat is toch niet meer van deze tijd? Elkaar dienen door de liefde, zoals de apostel zegt.

We kunnen ons voorstellen dat veel mensen inderdaad menen dat we met deze softe dingen niet ver komt in het leven. Het gaat er maar om wat je verstaat onder leven.

Hildegard van Bingen zag dingen en wist zich geroepen. Haar levenskunst was haar wijze van navolging

 

Door de eeuwen heen hebben mensen de hand aan de ploeg geslagen. Soms lieten ze alles

achter zich, gingen heen zonder afscheid te nemen. We weten maar nooit hoe ons leven verloopt, wat er op onze weg komt aan vreugde en verdriet.

God dwingt ons niet, maar nodigt ons uit. Geeft ons levenskansen. Navolging wil ook zeggen dat Christus ons niet verlaat, dat God ons nabij is, zelfs door nacht en onheil heen.

 

De navolging van Christus

 

In 1441 voltooide Thomas a Kempis (1380-1471), monnik in de Agnietenberg bij Zwolle, zijn boek met vier traktaten over het geestelijk leven, dat de naam kreeg Navolging van Christus, in het Latijn Imitatio Christi Deze titel is oorspronkelijk niet van Thomas, die in de loop van twintig jaren een bundel van geschriften had samengesteld, staande op de schouders van vele schrijvers, maar vooral geïnspireerd door de H. Schrift en de liturgische teksten die dagelijks het Officie vormden.

Dit bescheiden boekje over de ontwikkeling van het innerlijk leven is na de Bijbel het meest gelezen en meest verspreide werk, herdrukt meer dan 4000 maal in diverse talen, nadat het duizenden keren in afgeschreven voor de uitvinding van de boekdrukkunst..

Het was zeer geliefd in de kringen van de Cleresie en daarbuiten bij de mensen die in de schuilkerken en thuis de Schrift en de Navolging als dagelijkse lectuur gebruikten.

Tot het midden van de twintigste eeuw ontbrak het boek in geen Oud- Katholiek gezin, ook al omdat het vaak diende als geschenk bij aannemen en vormen.

Er verschijnen nog regelmatig uitgaven, het meest in de vertaling van Gerard Wijdeveld.

Het eerste hoofdstuk begint met de woorden Wie Mij volgt, wandelt niet in de duisternis Joh,8,12), zegt de Heer.

 

O vere summa Trinitas

 

O hoogste God, Drievuldigheid,

aan U komt toe in eeuwigheid

de eer, de zege en de kracht,

de lof en dank uit alle macht,

de lof en dank uit alle macht.

 

U prijzen wij met hart en mond,

op U is onze hoop gegrond;

wij buigen voort uw heerlijkheid

-de handen naar U uitgebreid,

de handen naar U uitgebreid.

 

Want Gij zijt onze levensbron,

de weg, de waarheid en de zon

die schijnt in onze duisternis,

Gij Schepper van al wat er is,

Gij Schepper van al wat er is.

 

Hemel en aarde prijzen saam

de glorie van uw grote Naam.

Zelfs in de diepten van de dood

is niets wat U ooit weerstand bood,

is niets wat U ooit weerstand bood.

 

Eer aan de Vader, keer op keer,

aan zijn Messias, onze Heer,

dank zij de Geest, die bij ons is

tot eeuwige gedachtenis,

tot eeuwige gedachtenis.

 

Thomas a Kempis OKG 688

Gebed

 

God, Gij hebt de zalige Thomas a Kempis de genade geschonken

U in de eenzaamheid te zoeken en te vinden,

Wij bidden U,

bevrijd ons van wat op aarde

onze opgang naar U belemmert

en geef dat wij onze rijkdom vinden

in U alleen.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

 

 

Die Nachfolge

 

In 1940 verscheen het boek van de Duitse predikant en theoloog Dietrich Bonhoeffer (1906-1945), getiteld Die Nachfolge waarin deze een uitleg geeft van de Bergrede, de hoofdstukken 5-7 van het Mattheus evangelie. Bonhoeffer was studentenpredikant toen de Nazi aan de macht kwamen en week uit naar Londen. Hij keerde terug naar Duitsland tegen de adviezen in van zijn vele vrienden uit de oecumene. Hij was een principieel en strijdbaar tegenstander van het nationaal-socialisme, rector van het Seminarie in Brandenburg, dat na 1940 dort de Gestapo werd gesloten.

In 1943 werd hij gevangengenomen, nadat hij betrokken was geraakt bij de verzetsgroep van von Stauffenberg, die de aanslag op Hitler had voorbereid. Op 9 april 1945, vlak voor de komst van de Amerikanen, werd hij in het concentratiekamp Flossenburg ter dood gebracht.

 

Onder zijn geschriften heeft Die Nachfolge in Nederlandse vertaling Navolging het eerst grote bekendheid gekregen. Hij maakt daarin onderscheid tussen de ‘goedkope genade’ die de mens niets kost,verbreid in de Evangelische kerk van Duitsland en de ‘dure’ genade die de mens het leven kost omdat zij God zoveel heeft gekost,de genade geschonken in de navolging van Christus. Bonhoeffer aanvaardde de secularisatie van het moderne leven want in het evangelie gaat het nu eenmaal om de wereld. Geloven is het deelnemen aan het lijden van Jezus, het Messiaanse lijden Gods in Hem. God openbaart zich in nederigheid, in lijden en in onmacht. Christenen zijn mensen die staan bij God in zijn lijden.

 

Bonhoeffer heeft een lange tijd na de oorlog grote invloed gehad onder jongere theologen en progressieve christenen. Zijn kritiek op de kerk maakte dat hij door anderen werd afgewezen en min of meer in de vergetelheid is geraakt, zonder dat zijn boodschap aan waarde heeft ingeboet.

Op Oudejaarsavond 1944 schreef hij in de gevangenis van Spandau dit vers , dat in vertaling door J. W. Schulte Nordholt is opgenomen in het Liedboek voor de kerken 398. Hij schreef het voor zijn familie.

 

Von guten Mächten treu und still umgeben

 

Door goede machten trouw en stil omgeven,

behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,

zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven

en met u ingaan in het nieuwe jaar.

 

Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,

drukt nog de last van ’t leed dat ons beklemt,

o Heer, geeft onze opgejaagde zielen

het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.

 

En wilt Gij ons de bittre beker geven

met gal gevuld tot aan de hoogste rand,

dan nemen wij hem dankbaar zonder beven

aan uit uw goede, uw geliefde hand.

 

Maar wilt Gij ons nog eenmaal vreugde schenken

om deze wereld en haar zonneschijn,

leer ons wat is geleden dan herdenken,

geheel van U zal dan ons leven zijn.

 

Laat warm en stil de kaarsen branden heden,

die Gij hier in ons duister hebt gebracht,

breng als het kan ons samen, geef ons vrede,

wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.

 

Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,

de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet,

laat ons dan allerwegen horen stijgen

tot lof van U het wereldwijde lied.

 

In goede machten liefderijk geborgen,

verwachten wij getroost wat komen mag.

God is met ons des avonds en des morgens,

is zeker met ons elke nieuwe dag.

 

Gebed

 

Machtige God,

Gij hebt aan uw dienaar Dietrich Bonhoeffer

de kracht en de moed gegeven

om de naam van onze Verlosser

voor de machtigen van deze wereld te belijden

en dit geloof met zijn leven te bezegelen.

Geef ook ons de bereidheid rekenschap te geven

van de hoop die in ons is

en uw Zoon in zijn lijden na te volgen

 

Men kent God slechts in de mate waarin men Hem liefheeft.

St. Bernardus van Clairveaux

 

 

Vier/ en gedenkdagen in de maand juni, tweede helft

 

24 juni, H. Johannes de Doper

 

Op de langste dag van het jaar, Midzomer en zes maanden vóór kerstmis viert de kerk het Geboortefeest van Johannes de Doper, St. Jan in de volksmond. Hij heeft de eeuwen door grote verering gevonden, in monastieke kringen maar ook daarbuiten. Johannes leefde in de woestijn, als monnik of kluizenaar die de mensen opriep tot bekering. Hij wordt de Voorloper genoemd van Jezus. Elia die komen zou, de heraut van het Koninkrijk Gods.

 

25 juni, H. Adelbertus, diaken

 

Adelbert was een metgezel van Willibrord, geboren in Northumbria. Hij predikte in Kennemerland in de omgeving van Egmond. Gestorven in 741 is hij begraven achter de duinen op de huidige Adelbertusakker, een pelgrimsplaats in de nabijheid van de Benedictijner abdij van Egmond, Sint Adelbertus, waar zijn verering in stand wordt gehouden.

 

In Utrecht gedenken wij de zalige Zuster Bertken, overleden op zondag 25 juni 1514 in haar kluis aan de Buurkerk. Toen het bekend werd, gaf de deken van het Domkapittel opdracht om haar tweemaal te overluiden, als ging het om een prelaat. Heel de bisschopsstad moest weten dat die devote maghet Bertha Jacobs dochter, vol goeder heyligher werken was ghevaren van eertriken. Zij werd 87 jaar oud en tweederde van haar lange leven woonde zij in haar kluis waar zij tot grote zegen is geworden voor talloze mensen die bij haar kwamen voor gebed troost en steun in de nood. De plaats van haar kluis is aangeven in het plaveisel van de Choorstraat, vóór het pand nr. 25.

Indien de beschikbare historische gegevens kloppen, heeft zuster Bertken vanuit haar kluis zicht gehad op ons Mariabeeld in Ste Gertrudis, vervaardigd rond 1470 door Adriaan van Wesel.

 

27 juni, H.Cyrillus, bisschop van Alexandrië

 

Cyrillus leefde van 370 tot 444. Hij was monnik, maar volgde zijn oom op als bisschop van de zeer belangrijke Alexandrië, een van de vijf historische patriarchale zetels naast Rome, Constantinopel, Jeruzalem en Antiochië in Syrië. Hij speelde een grote rol op het concilie van Efese in 431 en hij heeft veel belangrijke werken nagelaten, waaronder schriftcommentaren en dogmatische brieven.

 

28 juni, H. Irenaeus, bisschop van Lyon, martelaar.

 

Irenaeus behoorde tot de derde lijn van de apostolische opvolging en is een belangrijke getuige uit de vroege kerk. Als bisschop kreeg hij te maken met de aanhangers van de gnosis, mensen die zich beriepen op geheime openbaringen. Irenaeus legde in zijn geschriften de nadruk op de apostolische leer waar hij in zijn tijd nog zeer dichtbij stond en op de apostolische successie van de bisschoppen.

Hij verwijst telkens naar de H. Schrift als toegankelijke geloofsbron voor alle mensen. Voor de eenvoudigen in zijn gemeente was hij een zorgzame herder. Omstreeks 200 is hij de marteldood gestorven.

 

29 juni, H. H. Petrus en Paulus, apostelen.

 

Het grootste apostelfeest waarop wij de marteldood gedenken van de twee zuilen van de kerk, Petrus en Paulus. Beiden zijn in Rome omgekomen in de zomer van het jaar 64 door toedoen van keizer Nero. Het graf van Petrus berust onder de basiliek van St. Pieter, wat is bevestigd door intense archeologische onderzoekingen. Recent meent men ook aanwijzigingen te hebben gevonden voor de resten van Paulus, in de crypte van St. Paulus buiten de muren.

Rome is als stad van deze twee apostelen de voornaamste bedevaartsplaats van de christenheid, iets wat nooit door andere steden is betwist.

 

Verdere gegevens over deze heiligenlevens kunt u vinden in Vieren en Gedenken, de bladzijden 83 tot 96.

*