PDF Print

In het hart van de zaak 21


Zondag van de zending van de zeventig, zondag na Pinksteren 9

 

Deze zondag valt in dit C- jaar op 4 juli

 

In het Lucas evangelie lezen we dit verhaal van de aanstelling of benoeming van 70 leerlingen van Jezus. Zij worden uitgezonden om twee aan twee naar de mensen te gaan die wonen in de kleine plaatsen en nederzettingen van het dichtbevolkte Judea, noordelijk van Jeruzalem. (Lucas 10-1-20).

Terwijl alle evangelisten de uitzending van de twaalf latere apostelen vermelden, is het uitsluitend Lucas die uitvoerig over deze gebeurtenis vertelt en over de reactie van Jezus op de verhalen van deze mannen als ze zijn teruggekeerd.

De aanstelling van de twaalf gold Israël, het getal zeventig de volkerenwereld, een weloverwogen betekenis dus. Ook Mozes koos zeventig mannen uit om samen met hem de last van het volk te dragen. Ze kregen een deel van de Geest die op Mozes was. Het grote Sanhedrin, de Joodse Hoge Raad had 71 leden, zeventig en een president naar het voorbeeld van Mozes. Zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen warbij het getal zeventig een rol speelt De naam van de Griekse vertaling van de Hebreeuwse bijbel is Septuaginta; in zeventig dagen werd door zeventig geleerden het vertaalwerk verricht. Zo kon de Tora gelezen worden door de niet-joodse mensen in de toenmalige wereld en door de joden die het hebreeuws niet meer goed beheersten

We zullen merken dat het op deze zondag meerdere malen gaat om Israël en de volken.

 

Jezus gaat zijn weg naar Jeruzalem. Het was erg bedreigend geworden voor hem en de kring van volgelingen om hem heen. In het vorige hoofdstuk staat dat hij 'vastbesloten zijn aangezicht erop richtte om naar Jeruzalem te gaan', het gevaar tegemoet Tegen de groep mannen die hij uitzendt zegt hij dan ook dat ze zullen zijn als lammeren tussen de wolven, weerloos, in uiterste soberheid en zonder sociale contacten die naar oosterse trant veel onnodig oponthoud zouden geven.

Ze hebben maar één doel en één duidelijke boodschap: 'Het koninkrijk van God is u nabij gekomen'. Discussiëren is overbodig, op de uiteenlopende reactie van de mensen hebben ze alleen de herhaalde boodschap van het komende koningschap van God en de bekommernis met de zieken die ze aantreffen en die hun vertrouwen willen stellen op Jezus; in zijn Naam leggen ze de zieken de handen op in gelovig vertrouwen en in zijn opdracht.

 

Het is geen succesverhaal en de omstandigheden zijn er ook naar. Er zijn maar weinig arbeiders en de oogst is groot, zegt Jezus. Twee aan twee door de gevarenzone rond Jeruzalem, zoveel mensen die je moet trachten te bereiken. Hoe kan dat, hoe doe je dat?

Er worden geen zware gesp[rekken gevoerd, er is sprake van een lichte pastoraal, van vluchtige contacten.

Zo was het toen, denk je dan onwillekeurig, en zo is het nu. Nog steeds al die mensen die je zou willen bereiken met de boodschap van Gods reddende en liefdevolle nabijheid.

Nog steeds al die mensen vragen mee te doen in de saamhorige kring van de parochie, één van de plaatsen waar die boodschap nog steeds wordt verteld, gehoord en beleefd.

Nog steeds de zieken met de verstoring van hun bestaan, de eenzaamheid en de angsten aan wie de vrede wordt aangezegd als een bemoedigende kracht.

 

Het verhaal van Lucas gaat verder. De zeventig zijn teruggekeerd bij Jezus. Ze zijn in goed vertrouwen gegaan en niet teleurgesteld.. Misschien wel in sommige mensen die ze onderweg hebben ontmoet, maar niet in Jezus!

Niet teleurgesteld in hem, in de zachte krachten, in de kleine mogelijkheden, in de verwachtingen die ze koesterden. In de naam van Jezus. ' Ik heb u macht gegeven om op te treden tegen de kwade machten die ons leven bedreigen en verzieken. Zelfs de boze geesten, dat ongrijpbare in de wereld waartegen we ons vaak machteloos voelen. Terwijl ons veelal wordt voorgehouden dat ze niet bestaan. Dat dachten de mensen in die dagen die meenden dat ze er maar op los konden leven.

 

In de tweede lezing uit de Galatenbrief zegt de apostel Paulus: 'Maakt u niets wijs. God laat niet met zich spotten. Wat de mens zaait, zal hij ook oogsten. Laten we zolang we de tijd hebben, goed doen aan allen, maar vooral aan onze geloofsgenoten. Laten we niet moede worden goed te doen'.

Het jonge christendom heeft een ongehoorde uitbreiding gegeven aan de naastenliefde die zich moest richten op alle mensen, zelfs op de vijanden en tegenstanders. Zo wilde men ook de hulp aan zwakken en hulpelozen laten uitgaan tot iedereen, zonder onderscheid. Maar in de gemeente van Christus moest duidelijk worden hoever deze liefdevolle zorg gaat; de kerk als geloofsgemeenschap heeft immers de opdracht ook in dit opzicht voorbeeldig te leven en daarmee anderen uit te dagen zich als naaste te gedragen.

 

Vastberaden ging Jezus op weg naar Jeruzalem. Op weg naar het kruis, de volkomen mislukking van zijn opdracht in deze wereld. De dood van een slaaf, een misdadiger, een opstandeling. Niet lang daarna spreekt Paulus tegen de Galaten de wens uit, dat God hem ervoor zal bewaren om op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus. Het is door het kruis dat de vreugde in de wereld gekomen is.

Deze kernspreuk uit de liturgie zegt ons dat de schande van het kruis, teken van vernietiging en ondergang, geworden is tot teken van verlossing en overwinning.

Zó groeten wij het kruis als we de kerk binnenkomen en opzien naar het altaar als de plaats waar alles is geschied en waar het nog steeds geschiedt in ons midden.

 

Nu begrijpen wij ook waarom de Kerk op deze zondag in de eerste lezing uit Jesaja 66,10-14

wil delen in de blijdschap waar deze profetie zo uitbundig en in prachtige beeldende taal

over spreekt: 'Verheugt u, samen met Jeruzalem en juicht over haar, gij allen die haar liefheb'. Wij kennen die woorden uit de Introïtus, de openingszang, van de vierde zondag van de Vastentijd, de zondag Laetare. Midden in het lijden klinken dan de woorden zie, wij trekken op naar Jeruzalem..

Dat komt op deze zondag terug. Jezus is Heer! De zeventig die zijn aangesteld, zijn niet beschaamd geworden.

Het koninkrijk van God is nabij gekomen.

 

Zoals ik zelf gezonden ben

 

Zoals ik zelf gezonden ben

zo moet ook gij op weg gaan.

Geen knechten, vrienden noem ik u,

mijn woord zal door uw mond gaan.

 

Wat gij gehoord hebt en gezien

moet gij bekend gaan maken:

wat ik u in de stilte sprak

roept dat vanaf de daken.

 

Neemt onderweg geen reiszak mee

maar gaat met lege handen

en boodschapt als een vredesduif:

'Gods Rijk is nu op handen'.

 

Leert van de duif de simpelheid,

weest waakzaam als de slangen

en vreest niet hoe gij spreken zult

al neemt men u gevangen.

 

Zo zal het Rijk der hemelen

onder de mensen komen:

op aarde zal hernieuwde hoop

en goede vrede wonen.

 

Henk Jongerius OKG 726

 

Gebed

 

Goede God,

Gij die niemand teleurstelt

die vol vertrouwen tot U komt:

laat uw stem horen hier in ons midden,

laat uw woord klinken tot ieder van ons.

Roep ons om de weg te gaan

van uw Zoon,

opdat heel de wereld de vreugde kent

waarvan Hij de belofte is;

Jezus onze Heer, onze Broeder,

die ons leven vol maakt met Geest en

levenskracht,

Hij ons levenslicht,

zon van ons bestaan,

God van genade

voor ons en voor alle mensen,

vandaag en alle dagen

tot in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

 

 

*