PDF Print

In het hart van de zaak 26


 

In het hart van de zaak 26

 

Zondag van het geloof, zondag na Pinksteren 14 in de reeks

 

Wat krijgen we nu? Alsof het de overige zondagen in de kerk niet over het geloof gaat.

Geloof! Wat bedoelen we eigenlijk als we het hebben over geloven?

Voor de meeste mensen is geloof verbonden met de kerk, maar er zijn in ons land ook moslims en aanhangers van oosterse godsdiensten. Er zijn veel soorten gelovigen temidden van grote groepen mensen die zeggen dat ze nergens aan doen.

 

Christenen zullen geloof in verbinding brengen met de bijbel. Dat is goed, want de heilige Schrift is de steeds stromende bron van inspiratie waaruit we troost en kracht kunnen putten of waarin ons een weg wordt gewezen om dichter bij God te komen op je zoektocht naar de zin en de bedoeling  van het mensenleven.

En ook de kerk is zo'n plaats die de ruimte biedt om vorm en inhoud te geven aan je geloof.

Leren, vieren en dienen, deze drie woorden geven aan waar het dan om gaat.

Niet op zondagmorgen alleen, maar in het dagelijks leven, in al die situaties waarin we verkeren. De kerk is ook de plaats waar mensen bij elkaar komen en zich om elkaar bekommeren. Samen leren brengt je een stuk verder, vieren vraagt om elkaars aanwezigheid en betrokkenheid, dienen krijgt zijn uitwerking als de krachten gebundeld kunnen worden.

Het evangeliegedeelte van deze zondag begint met de woorden van Jezus: Vrees niet, gij kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het koninkrijk te geven. (Lucas 12,32).

Dat is een belofte, een toezegging en geloven in de eigenlijke zin is, dat we ons toevertrouwen aan Gods woord, aan zijn beloften.

Daarover gaat het op deze zondag, ook in de eerste lezing uit het boek Genesis, waar God in een visioen spreekt tot Abram, een vroeg verhaal over de kinderloosheid van twee ouder wordende mensen, die vergeefs in die jaren hebben gehoopt op de komst van een kind, een erfgenaam, die het geslacht zal voortzetten.

Abram ziet de sterrenhemel, die als een teken het woord van de HEER bevestigen: Zo talrijk als die sterren die niet te tellen zijn, wordt je nageslacht.

En dan staat er: Abram geloofde de HEER en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan.

(Genesis 15,1-6).

 

Geloven als bron van kracht en vreugde, van de ervaring van Gods nabijheid, je besef dat Hij ons al heeft gezien voordat wij Hem zochten, dat Hij ons tegemoet komt in ons zoeken en verlangen naar zijn Aanwezigheid in ons leven.

Dat heeft weinig of niets te maken met wat doorgaans wordt verstaan onder geloof. Met uitspraken en stellingen, die soms uitgevochten moesten worden, meer bericht op bestrijden van de ander dan op een heilzaam onderricht. Kilte en geen warmte, bitterheid en geen vreugde. Geen wonder dat zoveel mensen ooit van hun geloof zijn afgeraakt, van een geloof dat geen verwondering oproept en geen verlangen wekt, dat geen gemeenschap bouwt en alleen onverschilligheid oproept.

Zo'n geloof kunnen we missen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn zegt Jezus in het evangelie van vandaag. Zo'n armoedige vorm van geloof kan niet anders dan harteloos zijn.

 

De bijbel is het boek dat ons vertelt over de levens en lotgevallen van mensen die Gods stem in hun leven hebben gehoord. Op één of andere wijze, dat is uiteraard hun zaak. Soms valt er iets op te vangen in de stilte van de verborgen omgang die ook bij ons niet onbekend is.

Maar ook als het niet is in te houden, als het de straat opgaat en de mensen aanspreekt.

Het geheim van de Verborgene die bij ons is, wordt in de geloofstraditie van de kerk vérder gegeven, meer uitgezongen dan uitgesproken. Zoals ook in de Schriften tussen de regels door en evenzeer met grote woorden, dingen worden gezegd die hun doel niet missen.

 

Het gedeelte uit de brief aan de Hebreeën (11, 1- 16) domineert op deze zondag. Het is een fragment uit een langere beschouwing die in de brief een eigen plaats inneemt. Als  tweede lezing moest vanwege de lengte gekozen worden uit de lange lijst van geloofsgetuigen uit het Oude Testament die worden vermeld. Volgende week wordt deze lezing voortgezet. Door zijn literaire schoonheid wordt dit gedeelte beschouwt als een van de mooiste voortbrengselen van de wereldliteratuur.

De nieuwe vertaling NBV zegt (vss.1-3):

Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld dor het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het onzichtbare.

Ons geloof zegt dat de eeuwige Schepper blijvend betrokken is bij ons leven dat Hij in Jezus Christus met ons heeft gedeeld. Dat geloof is een bron van hoop, van de verwachting dat Hij zal voltooien dat Hij begonnen is.

 

Deze maand denken we aan broeder Roger, de prior van de Communiteit van Taizé. Op 16 augustus 1995 werd hij tijdens een gebedsdienst in de kerk om het leven gebracht door een gestoorde vrouw. Hij is voor honderdduizenden, vooral jonge mensen uit de gehele wereld, tot grote zegen geweest.

Hij leerde in woord en voorbeeld wat geloven is.

Deze tekst is opgetekend als een van de ontelbare gebeden die van hem bewaard zijn gebleven;

 

Het ligt niet buiten de grenzen van onze menselijke maat om ons in een contemplatieve beschouwelijke) verwachting voor God te bevinden.

In zo'n gebed licht het onuitsprekelijke van het geloof zijn sluier op en voegt  het onzegbare tot aanbidding.

God is ook aanwezig als de geestdrift verdwijnt en de weerklank daarvan vervluchtigt.

Nooit zijn we beroofd van zijn mededogen.

Niet God houdt zich van ons verwijderd, wij zijn  het die soms afwezig zijn.

Een contemplatieve blik neemt ook in de meest eenvoudige gebeurtenissen de tekenen van het evangelie waar.

Hij neemt ook in de meest verlaten mens de aanwezigheid van Christus waar.

Hij ontdekt in het universum de stralende schoonheid van de schepping

 

Autem in Domino gaudebo (bij Habakuk 3,2 en 17-18)

 

Ik heb verstaan , Heer, wat gij hebt gezegd,

Gij hebt mij vrees voor U in 't hart gelegd,

uw werk vervult mijn wezen met ontzag.

Breng nu, o God, uw werken aan de dag:

toon deze tijd uw trouw, uw goedheid weer,

uw volk zal juichen om zijn God en Heer.

                                                                       OKG 527,1

 

Gebed

 

God vol liefde,

U wenst voor ieder van ons

de vreugde van het evangelie.

Ook al gaan wij door een beproeving,

er blijft een weg open,

als wij ons aan U toevertrouwen.

Amen.

*