PDF Print

In het hart van de zaak 27

 

 

Ontslapen van de H. Maagd Maria

Zondag 15 augustus 2010, hoogfeest

 

Bij de herziening van het Misboek, dat tot 1993 in gebruik was binnen de Oud-Katholieke kerk, is teruggegrepen naar de aloude benaming, die in het Oosten de eeuwen door in gebruik is gebleven, maar in de westerse Kerk naar de achtergrond verdween..

Het Oud-katholiek misboek vermeldde de gelukzalige dood van de H. Maagd Maria, maar in  het gewone spraakgebruik had men het en ook nu nog over Maria Hemelvaart.

De Rooms-katholieke kerk kent ook na de kalenderherziening van het tweede Vaticaans Concilie, nog talrijke Mariafeesten en gedenkdagen, een gevolg van de uitbundige Mariaverering die in de negentiende eeuw vorm kreeg en zich ook in de twintigste eeuw heeft voorgezet.

Het feest van Maria Tenhemelopneming is ook thans ongetwijfeld het belangrijkste feest dat met voorrang aandacht krijgt. In ons land heeft de secularisatie en het moderne levensgevoel

van ook veel kerkleden, het feest uit het openbare leven verdrongen. In onze nabuurlanden is dit anders en daar is meestal ook meer besef van de betekenis van Maria in het heilsgebeuren.

 

De Oud- Katholieke kerken hebben de ontwikkelingen binnen de R. K. kerk niet willen en kunnen meemaken. Het dogma van 1854 over de Onbevlekte Ontvangenis van Maria- dat gaat niet over Jezus'geboorte maar over Maria als kind van haar ouders- riep tegenstand op vanwege de dogmatisering, niet omdat men de Moeder van de Heer niet hoogachtte.

Er ontstond een golf van devotionele gebruiken, een taalgebruik dat vervreemdend werkte, een klimaat dat nog steeds scheidend werkt naar de zusterkerken.

Na het tweede Vaticaans concilie is er veel veranderd door hernieuwde aandacht voor de bijbelse en patristische inhoud van het feest. We zijn elkaar dan ook dichter genaderd dan gehoopt kon worden tijdens het 'rijke Roomse leven'.

Ook in de Oud-Katholieke theologische wereld, met name door de contacten met de Oosters-Orthodoxe kerken en Rooms-Katholieke gesprekspartners.

Daarbij staat altijd centraal de eerbied en de liefde die we allen voelen voor de Moeder van onze Heer, de Moeder Gods Maria.

 

De liturgie van de Kerk is onze geloofsbron, ook op deze feestdag. De schriftlezingen, de gebeden en de prefatie, de gezangen en liederen die we zingen; dit geheel vormt één grote verkondiging van Gods plan met ons mensen en de plaats die Maria inneemt in het heilsgebeuren. Want zij is onlosmakelijk verbonden met Jezus, Gods zoon en met zijn komen in de wereld, het kind van haar schoot. De menswording is het hoogtepunt van Gods bemoeienis met ons, zijn trouw aan Israël en in Israël aan heel de mensheid. Hij kwam naar deze aarde, de plaats die ons mensen is gegeven als woonplaats en werkplaats, om te leven naar zijn bedoeling en te doen wat Hij van ons vraagt: de aarde bewonen en bewaren.

Op deze dag komt de hemel ter sprake op een bijzondere manier. Door nadrukkelijk de naam te noemen van één van ons, Maria, komt die hemel plotseling dichtbij.

We zijn al heel lang in de kerk vooral betrokken bij de aarde, bij het doen en laten van ons mensen. Ons geloof is sterk horizontaal gericht, ook al hebben we nog weet van een verlangen dat maakt dat we soms opzien naar de hemel. Dan denken we aan  de woonplaats van Gods heerlijkheid, aan de verborgen God die bij ons is. Want die hemel omspant de aarde die eronder ligt en wat wij weten uit de Schrift is, dat de aarde in het geding is en dat God trouw blijft aan zijn schepping, aan de mensen die Hij liefheeft ondanks hun afzien en ontrouw.

Wij van de aarde

zoeken het paradijs,

samen op weg zijn we levenslang.

Al wat er goed is,

al wat van God is

doet ons verlangen naar zijn land.

                                                           OKG 605, 1

 

Dit lied van Willem Barnard zingen we graag. Het heeft een mooie gevoelige melodie en woorden die ontroeren, maar het gaat toch vooral om die twee regels: al wat er goed is, al wat van God is. Dát doet ons verlangen naar Gods land.

Als wij denken aan Maria herinneren wij ons haar heiligheid, haar puurheid, haar grote godsvertrouwen, haar nederigheid.

Vandaag op het feest van haar Ontslapen, haar gelukzalige dood, luisteren we naar de woorden van haar lofzang, het Magnificat, gelezen als evangelie, blijde boodschap.

Er is wel eens gezegd dat het meer weg heeft van een protestlied dan van een lofzang.

Maar juist in haar verzet tegen wat er niet goed is en niet van God is, wordt God geëerd en lof en dank gebracht.

De Kerk heeft al vroeg dit alles onderkend. We zingen het in elke vesperdienst, dagelijks als de dag neigt naar de avond en we kunnen overzien hoe het met ons gesteld was deze dag die straks weer voorbij is.

Zolang wij op aarde zijn mogen we bouwen aan een nieuwe wereld, aan het koningschap van God, dat Hij in ons gestalte krijgt, in het kwetsbare van onze lichamelijkheid. Maar we blijven geroepenen; Gods roept ons naar Jeruzalem, zegt het lied van zojuist.

 

De prefatie, de grote inleiding op het Eucharistisch gebed die uitloopt op het driemaal Heilig,

het hemelse lied dat wij zingen met aardse stem, zegt het met sterke woorden:

 

Heden is de maagd Maria, de moeder van onze Verlosser,

uit deze wereld heengegaan

om in uw heerlijkheid te worden opgenomen.

Zij is het beeld van de voleinding van alle aardse dingen,

van de hoop die ons in leven houdt,

de verwachting van een gelukzalig sterven en verrijzen

met Christus,onze Heer.

 

In de tweede lezing uit de eerste brief aan de Korintiërs (15, 20-26) zegt de apostel Paulus:

Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.

Hij gebruikt het Griekse woord 'aparchè' wat betekent: het begin van een voortzettende reeks.

De gelukzalige dood van Maria 'de weg van alle vlees' zien wij vanuit dit geloofsperspectief.

Het gebed van het feest is daar vol van:

 

God, Gij hebt de gezegende maagd Maria

tot U doen opgaan.

Geef dat wij, die zijn vrijgekocht

door het bloed van uw Zoon,

die uit haar geboren is,

met haar mogen delen in de heerlijkheid

van uw koninkrijk dat geen einde heeft.

 

De eerste lezing uit de Wijsheid van Jezus Sirach (24, 7-8 en 10-15) vormt een gedeelte van de lofzang van de Wijsheid. Het is een sterk poëtische tekst, waarin de mystieke toon doorklinkt. Het plaatst op deze dag Gods grote daden, zijn Wijsheid, midden in de schepping.

De woonplaats voor al wat leeft, het erfdeel van de mensen, van Jakob en Israël.

Daar in de tabernakel en vervolgens het heilig Sion, vond de Wijsheid een rustplaats; daar deed ze dienst voor zijn Aangezicht en zo kreeg ze in Sion vaste voet.

De verrukking om dit geheim van de Omgang met de Eeuwige, wordt op Oosterse wijze uitgeleefd in het benoemen van schone planten en bomen, van aromatische kruiden,welriekende olie en de wierook in de tabernakel.

De persoon geworden Wijsheid krijgt een nieuwe herkenning in de persoon van Maria, in de rij van een traditie die doet denken aan het boek Hooglied. Het is de liefde en de verering die zich richt op haar die door God werd uitverkoren om de moeder te zijn van Jezus, de Moeder van allen die Hem navolgen in dit leven en de verwachting delen van het Koninkrijk.

 

De noorderzijbeuk van Ste Gertrudis is gewijd aan dit geheim van Maria. De apsisschildering boven haar beeltenis uit de late Middeleeuwen, eens in de Maria- of Buurkerk, de kerk van de burgers, toont ons Utrecht als de goede reede, de veilige haven. We herkennen het kerkenkruis en Ste Gertrudis die de plaats inneemt van de grote collegiale Mariakerk van de Duitse keizers. En we zien de ster, de grote ster temidden van die anderen die door hun leven het leven van andere mensen hebben verlicht.

Wij ontsteken er een kaarsje en hopen ook van enig nut te zijn voor mensen die voor ons bereikbaar zijn. Het is ook een plek bij uitstek voor bloemen, geschonken uit liefde.

 

Keer u nu om en zie naar het kleine raam terzijde. Het is een afbeelding van de besloten hof, waarover het Hooglied zingt. Daar is de jonge vrouw die wacht op de komst van de Geliefde.

En zie nu omhoog, naar de schilderingen van het plafond. Daar zijn de bloemen en de kruiden  afgebeeld die ertoe bijdragen dat de kerk een plaats is van vreugde omdat Hij zijn schepping niet vergeet en zeker niet zijn beminden.

Misschien mogen we hier als een klein eerbewijs ook denken aan de vrome speelsheid waarmee pastoor Deelder zijn pastorie met wijze teksten verrijkte en niet minder zijn kerkgebouw.

Zou hij ook gedacht hebben aan zuster Bertken, ingekluisd in de Buurkerk, met het oog, zo denken wij, op het Mariabeeld dat de  vernieling in 1580 overleefde en door haar verwondingen nog meer dan anders een taal spreekt die begrijpen in onze wereldtijd?

 

Wees gegroet , o sterre,

Licht op zee en stromen, gij laat ons van verre

In de haven komen.

 

Breng uw Zoon de bede,

dat Hij doden 't leven,

rustelozen vrede, blinden licht wil geven.

 

Wees ook onze moeder,

Vrouwe uitverkoren,

Jezus, onze Broeder,

is uit U geboren.

 

Maak ons leven heilig,

dat wij vol vertrouwen,

door zijn macht beveiligd,

Christus eens aanschouwen.

 

Laten wij vereren

Hem die gij mocht dragen.

lof zij God de Here,

Nu en alle dagen.

 

                                         Hymne 368 OKG

 

Uit een lied voor Maria's Ontslapen

 

Een levenlang bleef zij getrouw

aan Hem die God haar wilde geven

als Mensenzoon, Immanuel:

zijn leven werd haar eigen leven.

 

Haar die de engel had gegroet

Moeten de machten eeuwig loven.

Als een vorstin in ''t hemelrijk

kreeg zij haar troon in hoge hoven.

 

Maria, kind van Nazaret,

Gij vond bij Gode welgevallen.

Nu zijt gij kind aan ''t Vaderhuis;

Bid voor ons, Moeder van ons allen.

 

                                             Lied 976, 1, 6, 7 OKG

*