PDF Print

In het hart van de zaak 28

IZondag van de nauwe poort,

13e Zondag na Pinksteren, 16 in de reeks.

Gedachtenis H. Bartolomeüs, apostel

 

Het beeld van de nauwe poort (en de smalle weg) komt menigeen nog wel bekend voor.

Er is veel over geschreven, gesproken en gezongen.

 

Ik zie een poort wijd openstaan,

Waardoor het licht kan stromen

Van ’t huis waar ik vrij mag henengaan,

Om vrede te bekomen.

Genade Gods, zo rijk en vrij,

die poort staat open ook voor mij,

Voor mij, voor mij,

staat open ook voor mij.

 

Een ouderwets vers dat de innigheid verraadt van de heiligingbeweging die in de negentiende eeuw en lang daarna grote invloed heeft gehad in de protestantse wereld.

Zondagschool en kinderkerk liederen, jong geleerd en nooit meer vergeten, verdrongen wellicht naar de achtergrond van het leven, maar plotseling komen de woorden, de beelden, de wijs naar boven.

Jezus de Heiland, liefde boven alle liefde, zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid en wees niet bezorgd over al die dingen die dagelijks op je aan komen.

Kom tot uw Heiland, toef langer niet, kom nu tot Hem die redding u biedt,

die ook voor u de hemel verliet, kom tot uw Heiland, kom.

Flarden van teksten en liederen, een eenvoudige theologie die het Leger des Heils kenmerkte en de evangelisatie in de arme buurten van de stad. Soup, soap, salvation, geloof metterdaad, de troost van het warme bad, iets warms in je lijf en bovenal de warmte van het evangelie.

Het lijkt allemaal iets van vroeger, maar dat is niet waar. Ook in onze stad is het niet een herinnering, maar een dagelijkse werkelijkheid.

 

Ik zie een poort wijd openstaan, maar het is wel een nauwe poort en weinigen gaan er niet aan voorbij. Je moet goed opletten en moeite doen om erdoor binnen te gaan. Lucas (vandaag lezen we 13,22-30) spreekt niet over een wijde poort en even min over de wegen die erheen leiden; een brede weg en een smalle weg. Dat doet Matteüs wel in de Bergrede (7, 13-14), maar de strekking is dezelfde; mensen staan voortdurend op de kruispunten van het leven, moeten keuzes maken tussen recht en onrecht, goede of slechte beslissingen nemen.

Soms valt er weinig te kiezen, maar worden we meegesleurd door de velen waarover het evangelie spreekt. Dat gebeurt natuurlijk het meest en het gemakkelijkst op de brede weg en voor je het beseft wordt je meegezogen door de wijde poort. En waar je dan uitkomt is en blijft een vraag die weinigen echt bezig houdt. Dat kan ook niet anders, want het licht dat door de nauwe poort schijnt, licht vanuit een huis waar je blij naartoe mag gaan, dat licht ontbreekt en dan sta je alleen, tastend in het duister.

Al die mensen op de brede weg, die zich laten gaan door de wijde poort, zijn gewone mensen, mensen van deze tijd. De brede weg is de gewone snelweg waarlangs je van alles aantreft.

Aan het meeste kan je zo voorbij gaan, maar de verlokkingen om daar je bestaan mee te vullen, zijn levensgroot.

Een boerenman ergens in het westen van ons land, had op zijn pannendak, goed zichtbaar vanaf de grote weg, de woorden Jezus redt aangebracht De rechter bepaalde dat dit niet was toegestaan, om esthetische redenen en op verzoek van het gemeentebestuur. Met kleine lettertjes en niet voor iedereen zichtbaar mocht dan wel, want we hebben vrijheid van godsdienst in dit land vol brede wegen en wijde poorten. De man heeft zich de woorden aangetrokken waarmee de eerste lezing op deze zondag begint (Jesaja 30, 15-21) : In stille berusting ligt uw redding, in rustig vertrouwen uw kracht. Hij is wel in hoger beroep gegaan.

 

Staan gelovige mensen er dan alleen voor?

Daar lijkt het soms wel op, maar de schijn bedriegt. De woorden van de profeet Jesaja zijn ijzersterk en passen nog steeds in het beeld van onze tijd. Het was een wereld vol geweld en dreiging en mensen raakten in paniek en sloegen massaal op de vlucht. Op hun snelle paarden werden ze achterna gezeten door een vijand die sterk in de minderheid was, maar die een ongekende crisis veroorzaakte. De signaalmast op de bergtop, de banier op de heuveltop die de mensen bijeen en in slagorde moesten houden, stonden er doelloos en eenzaam.

Waar was God nu?

Hij wacht op een gelegenheid om jullie zijn goedheid te bewijzen, zegt Jesaja, zoals Hij zo vaak in de geschiedenis uitkomst heeft gebracht. Hij is een rechtvaardig God, gelukkig zijn allen die naar Hem uitzien! Zie op naar Hem, nu de signaalmast nergens meer toe dient.

 

Het beeld verschuift, een ander beeld dat wij herkennen:

‘Met eigen ogen zul je Hem zien, met eigen oren zal je achter je een stem horen zeggen:

Dit is de weg, volgt die, of hij nu rechts gaat of links’.

 

Achter de kudde loopt de herder en het is de schapen genoeg als ze zijn stem horen.

Langs een smalle weg, door een nauwe poort komen ze veilig thuis.

 

De Oud-Katholieke kerk is gegrond op de Schrift en de Traditie, het geloofsgetuigenis van de ongedeelde Kerk van de eerste eeuwen.

Voor en na de Reformatie hield men vast aan dit geloof, dat veel meer was dan een verstandelijk aanvaarden van leerstellingen en gebruiken, maar bovenal een zaak van het hart.

en het gevoel. In de wisselvalligheden van de tijd wisten Oud-Katholieken overeind te blijven door hun verstand te gebruiken en daarbij hun gevoel niet los te laten en hun geloof te bewaren.. Je zou dat bevindelijk kunnen noemen, mystiek zonder gedweep, vroom zonder ermee te koop te lopen.

De strijd om het Koninkrijk in te gaan, door de nauwe poort en de smalle weg, blijft een strijd en menigeen redt het niet. Denken wij, maar of dat zo is? Is het niet net als die herinneringen aan de oude versjes, met hun verschillende achtergronden maar met eén doel; ga niet alleen door het leven!

Kerkvader Augustinus –wij gedenken hem op 28 augustus a.s.- heeft in zijn Belijdenissen neergeschreven wat hem is overkomen toen hij ervoor kwam te staan, voor die nauwe, enge poort. (boek III- 5).

 

De jonge man was door zijn christelijke moeder Monica na zijn geboorte opgedragen om te zijner tijd door de Doop opgenomen te worden in de katholieke Kerk van Noord-Afrika,

Hij was een begaafde student, een jonge filosoof die alles in zich opnam wat aan hem voorbijtrok in de stromingen van zijn tijd. Hij poogde ook het evangelie te lezen, de woorden in zich op te nemen en de nauwe poort te vinden, de toegangsweg tot het Koninkrijk.

Maar hij stoot met zijn hooghartig voorhoofd tegen de lage deurpost: ‘ik was niet nederig genoeg om in de Heilige Schrift binnen te gaan of mijn hoofd tot haar ingang te buigen.

Ik achtte het beneden mij om klein te zijn en opgeblazen van hoogmoed door de wereld waarin ik leefde, kwam ik mijzelf groot voor, als een zelfgenoegzaam mens’.

 

Gebed

 

God die houdt van ieder mens,

als wij begrijpen dat uw liefde

voor alles vergeving is,

dan is ons hart gerust

en staat het open voor verandering.

In U kunnen wij de zin

van ons bestaan ontdekken:

ons leven in dienst te stellen

van Christus en het evangelie.

Amen.

 

Gelukkig de mens

 

Gelukkig de mens

die arm is van geest

en rijk aan barmhartigheid

wonden geneest.

 

 

Gelukkig de mens

die droefheid ontmoet

en door zijn blijmoedigheid

wonderen doet

 

Gelukkig de mens

die zuiver van hart,

gewapend met eerlijkheid

eigenwaan tart.

 

Gelukkig de mens

die niet eerder zwicht

tot hij in gerechtigheid

vrede hier sticht.

 

Gelukkig de Mens

die dit heeft volbracht

en ons in de duisternis

licht heeft gebracht.

 

Gelukkig de mens

die Hem kan verstaan

die ons in die mens’lijkheid

voor is gegaan.

 

Henk Jongerius OKG 530

*