PDF Print

In het hart van de zaak 29

Zondag van de eerste en de laatste plaats (17 in de reeks)

14 e zondag na Pinksteren, 29 augustus 2010,

gedachtenis van de Onthoofding van de H. Johannes de Doper

 

Vorige zondag hoorden we ook al over een stukje gewone levenswijsheid dat velen van ons niet onbekend voorkomt. ‘Er zijn laatsten die de eerste zullen zijn en laatsten die de eerste zullen zijn’. Zo was het verleden week en aangezien we niet precies weten onder welke omstandigheden Jezus deze woorden sprak, kunnen we er licht een eigen uitleg aan geven. Het heeft in elk geval te maken met het gedrag van mensen in hun omgang met elkaar. Dat is vaak zo onbehoorlijk dat er weinig goeds van valt te verwachten.

Komende zondag is er weer zo’n kernachtige zin die blijft haken. ‘Alwie zich verheft, zal

vernederd worden en wie zich vernedert, zal verheven worden’. Dan gaat het over voorname en minder voorname plaatsen aan een maaltijd met veel gasten.

 

De evangelist Lucas plaatst in het evangelie gedeelte van zondag enkele woorden van Jezus in samenhang. Hij weet ook heel goed dat het verwijt kan klinken dat het in deze verhalen om niet meer gaat dan wat profane levenswijsheid. Alsof dat niets is! Het is ons meestal al vroeg bijgebracht dat we niet mogen voordringen of dat we ons niet moeten verbeelden dat we meer zijn dan een ander. Maar het zit in ons je daartegen te verzetten. Je moet immers opkomen voor jezelf, een ander doet het niet. Je bent niet minder dan een ander. Dat gepraat over nederigheid en bescheidenheid is iets van vroeger; iets voor arme mensen die niets te vertellen hebben. Maar dan gaan we uit van de gedachte, dat je wil om vooruit te komen in het leven, persé strijdig is met menselijke deugden die een goede omgang met je medemensen mogelijk maken.

Lucas schijnt duidelijk te willen maken dat het Jezus vooral daarom gaat, om de goede verstandhouding tussen de mensen onderling én een goede omgang met God. Hij spreekt over een gelijkenis, dat wil zeggen dat dit verhaaltje een ruimere betekenis heeft en ook van belang is voor al diegenen die het evangelie lezen en tot zich nemen. Je kunt er niet onderuit om het te vergelijken met je eigen levenswijze en je concrete gedrag.

 

Bovendien komt hij nog met een vervolgverhaal en dan gaat het om de armen, gebrekkigen, lammen en blinden, hulpeloze en afhankelijke mensen in de toenmalige samenleving en eigenlijk nu nog ondanks al onze mooie sociale voorzieningen. Van het voordringen en het hoogmoedig gedrag van mensen, zijn vooral de zwakken de dupe!

Door aandacht te hebben voor de mensen in nood, wordt je zelf gelukkig (zalig is gelukkig), zegt Jezus, nu in dit leven, maar zeker ook bij de verrijzenis van de rechtvaardigen. Want daar hoor je dan bij; bij die groep mensen die de rechte wegen gaan, naar de woorden van psalm 119. Of de prachtige verzen van psalm 92 waar we komende zondag de viering mee openen:

 

Zoals de cederbomen

hoog op de Libanon,

staan bij de levensbron

de nederige vromen.

Die in Gods huis geplant zijn,

zij bloeien in Gods licht

als palmen opgericht.

Hun lot zal in zijn hand zijn.

 

Jezus leefde als joodse man uit de Tora, het onderricht van God aan zijn volk Israël dat heel het leven omvat. Zijn woorden, bewaard in het evangelie, staan in deze traditie die op vele plaatsen spreekt over ons menselijk gedrag en tal van raadgevingen bevat, vooral in de wijsheidsboeken. Op deze zondag lezen we uit Jezus Sirach, 3,17-23 o.a. deze woorden:

Velen zijn wel hoogverheven en vermaard, maar aan de zachtmoedigen openbaart Hij zijn geheimen. Want groot is de barmhartigheid van de Heer en aan de nederigen toont Hij zijn geheimen.

Een geheim is verborgen voor degenen aan wie het niet is toevertrouwd. Maar God toont zijn geheimen, zijn liefderijke en genadevolle bedoeling met ons leven, aan zijn kinderen die eerbiedig naar Hem opzien en alles van Hem verwachten.

In de geschiedenis van de Oud-Katholieke kerk is voortdurend aandacht geweest voor de Navolging van Christus, het grote werk van Thomas a Kempis, dat naast de bijbel en het misboek een dagelijkse gids was in het leven van zoveel vrome mensen. Hoe konden zij zo sterk zijn om bewust te willen leven volgens deze leefregels die het hart uitmaken van het christelijk geloof?

Niet uit angst, want zij geloofden nu juist in de woorden waarmee Thomas begint in het eerste hoofdstuk: ‘Wie Mij volgt wandelt niet in de duisternis zegt de Heer’.

Niet door angst werden zij gedreven maar door de macht van de liefde. ‘Gesteld dat ik alles wist wat er in de wereld bestaat, maar niet in de liefde zou zijn, wat zou het mij baten voor God?’.

De eerste christenen steunden op twee pijlers om hun geloofsleven op te bouwen: de liefde tot God en de naaste en de status, de nederigheid. Alleen dan is het mogelijk om Jezus na te volgen, om Christus te dienen in de wereld en in zijn Kerk. Ondanks alles is dit nooit weggeweest in het gelovig bewustzijn van de mensen. Niet dat dit zo gemakkelijk is en het Nieuwe Testament spreekt dan ook eerlijk en onomwonden over die momenten dat mensen ernstig tekort schoten, juist op het punt van al die dingen waar het vandaag om gaat.

Dan gaat het niet uitsluitend om individuele mensen, maar vooral om hun functioneren binnen de plaatselijke gemeenschap en de wijze waarop er onderling wordt gereageerd

En dat maakt dat we zondag met open oren willen luisteren naar de stem van de Heer.

 

De woorden bij de apsisschildering in de triomfboog van Ste Gertrudis, spreken over de vernedering van de Heer en onze verhoging. Wellicht de oudste hymne van de vroege christenen, opgenomen in de liturgie. (OKG 300. (Filippenzen 2, 5- 11).

 

De doorgaande lezing uit de Hebreeënbrief die het ons de laatste weken niet gemakkelijk maakte, komt nu met een verrassing. Dichtbij is het woord om het te horen, maar vooral om het te doen! (13, 1-6).

 

Gods genade is verschenen

 

Gods genade is verschenen

alle mensen tot behoud,

looft dan allen deze Éne,

dat Hij ons het heil ontvouwt.

 

En verzaakt de goddeloosheid

los van God, alsof Hij niet

was verschenen om de boosheid

weg te doen en het verdriet.

 

En begeert niet ’s werelds lusten

want alleen in ’s Heren wil

kunt gij Hem ter ere rusten

houdt uw hart gerust en stil.

 

Leeft godvruchtig, ingetogen

in een ongerechte tijd,

weest rechtschapen voor Gods ogen,

leeft in zijn rechtvaardigheid.

 

En verwacht het zalig komen

en de held’re heerlijkheid,

hunkering van alle vromen

aan het einde van de tijd,

 

Onze grote God en Heiland,

Jezus die Messias is,

Die de oude boze vijand

Sloeg en alle duisternis,

 

die voor ons zich gegeven,

dat Hij ons verlossen zou

van een ongerechtig leven

tot een nieuw verbond van trouw.

 

Want Hij heeft een volk besloten

in zijn heiligende hand,

zo zijn wij gerechtigd Gode,

vruchtbaar in zijn grond geplant.

 

Willem Barnard,naar Titus 2, 11-14, OKG 552

 

Gebed

 

Heilige Geest,

die het heelal vervult,

U laat in ieder van ons

een leven groeien van gemeenschap

met God.

Daaruit ontluikt

de goedheid van het hart;

dan kun je jezelf vergeten

ten bate van de ander.

Amen.

 

Broeder Roger van Taizé

*