PDF Print

In het hart van de zaak 30

Vijftiende zondag na Pinksteren (18), 5 september 2010

Zondag van het discipelschap

Gedachtenis van HH Zacharias en Elisabet, H. Bertinus, abt

 

Een discipel is een leerling, beter gezegd een volgeling, want écht leren, je écht eigen maken wat je leermeester bedoelt te zeggen, vraagt om de bereidheid met hem te verkeren, een band aan te gaan.

Het betekent dus nogal wat om Jezus te volgen. Dat is niet hetzelfde als een eindje meelopen en nauwelijks beseffen waarover het gaat.

 

We hebben de laatste weken telkens gedeelten uit het reisverhaal van de evangelist Lucas gelezen, verhalen over ontmoetingen met mensen die Jezus tegenkomt op weg naar Jeruzalem.

Ook de andere evangelisten vertellen op verschillende plaatsen over deze beslissing om het gevaar tegemoet te gaan.

Marcus bijvoorbeeld: Hij begon zijn leerlingen te zeggen,, wat hem overkomen zou. Zie, wij trekken op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden en zij zullen hem ter dood veroordelen en hem aan de heidenen overleveren. (Marcus 10, 33).

Die tocht naar de stad waar straks met Pasen van alles kan gebeuren is dus niet een uitstapje maar een beslissing met grote consequenties.

 

Van week tot week raken meer mensen betrokken bij dit emotionele gebeuren.

In het gedeelte van komende zondag (Lucas 14,15-33) staat in de grondtekst ‘vele groepen mensen’ volgden Hem. Ze komen kennelijk van verscheidene kanten samen in Perea waar Jezus grote bekendheid had.

Hij gaat voorop in de lange rij die zich heeft gevormd. Dan komt een dramatisch moment. Jezus keert zich om en roept de mensen toe met woorden waar wij van schrikken, omdat we vertaling en toelichting nodig hebben om te verstaan wat Jezus precies wil zeggen. ‘Wie hier met mij meeloopt en zijn familie, vader en moeder inbegrepen, niet haat, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn’.

 

Dat woord ‘haten’ maakt ons aan het schrikken. Hoewel we leven in een wereld die vol is van haat, moord en doodslag, verwachten we van Jezus iets heel anders. Dan denken we in de eerste plaats aan liefhebben en soft gedrag. Hoe minder we van hem begrijpen en hoe verder we van hem afstaan, des te vager wordt het beeld dat wij van hem hebben.

Maar het is goed om te weten dat het woord haten hier niet de betekenis heeft die wij in ons westers denken er aan toe kennen. We moeten denken aan de oosterse mens die denkt in tegenstellingen, zoals de eerste lezing uit Deuteronomium 30, 15-20 aantoont: leven en geluk- dood en ongeluk, zegen en vloek, de Heer dienen en afdwalen. En inderdaad: liefhebben en haten. Maar dan wordt in wezen gezegd: achterstellen, prioriteit stellen, breken met.

Je staat voor de keus, zegt Jezus, het is niet de tijd voor halfslachtigheid, voor een discipelschap dat niets voorstelt als het er op aankomt. Als je omgeving in de weg staat en je ervan weerhoudt om de Heer na te volgen, maak dan scheiding. Een andere mogelijkheid heb je niet.

 

Het klinkt erg radicaal en dat is het ook. In ons maatschappelijk klimaat heeft men het dan al snel over fundamentalisten en fanatieke gelovigen. Maar dat is dan vooral de voorstelling die veel mensen hebben die niet voor die keus staan omdat ze geen discipel zijn. Niet eens kúnnen zijn, zegt Jezus. Uit het verhaal blijkt dat de Heer zich richt tot veel mensen, maar zich bij de beschrijving van het discipelschap richt tot de enkele persoon.

En zo is het ook. Temidden van de mensen met wie je leeft, met wie je bent opgegroeid en met wie je werkt, klinkt de oproep om te volgen tot ieder van ons persoonlijk. In die beslissende ontmoeting met de Heer sta je alleen en moet jij je kruis dragen, dat wil zeggen op je nemen wat het leven als christen van je vraagt: je hele leven, je gehele toewijding, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd op weg naar zijn kruis.

 

We herinneren ons nog van vorige week wie er allemaal aan de maaltijd worden genodigd. Nietsvermoedende lanterfanters, ongelukkige mensen die het nooit uit zichzelf kunnen redden, hongerlijders en daklozen, verwaarloosde chronisch zieken. Maar het is geen vrijblijvende uitnodiging voor één keer en verder genoeg.

Nauwelijks binnen krijgen ze van Jezus te horen wat de voorwaarden zijn en horen van een aantal eisen waar niemand van ons volledig aan kan voldoen.

En als ze daar vreemd van opkijken, wordt hun gezegd, dat ze er dan niet aan hadden moeten beginnen.

Als iemand een toren wil bouwen ( een nieuw kantoorgebouw, een ondergrondse, een nog snellere spoorlijn), dan gaat hij toch eerst zorgvuldig berekenen wat dat allemaal kost. Dat wordt lachen of huilen als de bouw gestaakt moet worden.

Wij zien er al niet meer zo erg van op als dit zich voordoet. We vinden het ook niet onbegrijpelijk als we deze dingen zien gebeuren in de kerk om ons heen. We zijn eraan gewend dat niet iedereen een torenbouwer is.

Maar dan blijft die vraag van Jezus: ‘willen jullie ook niet heengaan? En het antwoord van de discipelen was ‘ tot wie zullen we gaan, U hebt woorden van eeuwig leven’.

Daar kan je duurzaam op bouwen!

 

Tijd van leven

 

Tijd van vloek en tijd van zegen

tijd van droogte tijd van regen

tijd van oogsten tijd van nood

tijd van stenen tijd van brood.

Tijd van liefde nacht van waken

uur der waarheid dag der dagen

toekomst die gekomen is.

 

Tijd van troosten tijd van tranen

tijd van mooizijn tijd van schamen

tijd van jagen nu of nooit

tijd van hopen dat nog ooit.

tijd van zwijgen zin vergeten

nergens blijven niemand weten

tijd van kruipen angst en spijt

zee van tijd en eenzaamheid.

 

Wie aan dit bestaan verloren

nieuw begin heeft afgezworen

wie het houdt bij wat hij heeft

sterven zal hij ongeleefd.

Tijd van leven om met velen

brood en ademtocht te delen-

wie niet geeft om zelfbehoud

leven vindt hij honderdvoud.

 

Huub Oosterhuis, OKG 516

 

Gebed

 

Christus onze Heer,

U heeft de woorden die onze ziel

tot leven wekken.

Dan zoekt mijn ziel U

tot in mijn diepste wezen.

 

Christus vol mededogen,

U aanvaardt ons

met onze gaven en gebreken.

En door de Heilige Geest

bevrijdt U,

vergeeft U

en leert U ons uit liefde

zelfs ons leven te geven.

Amen.

*