PDF Print

In het hart van de zaak 38

 

In het hart van de zaak (37)

 

Zondag van Zacheüs, 31 oktober 2010

Drie en twintigste zondag na Pinksteren, 26 in de reeks

Installatie van pastoor Annemieke Duurkoop en pastoor Bernd Wallet

 

Een blijde zondag staat ons te wachten. Dat verhaal van de hoge belastingambtenaar die in een wilde vijgenboom klimt om Jezus te zien als hij Jericho binnenkomt en vooral zoals dat verhaal verder gaat, is volop reden om gelukkig te zijn. Hij wordt door Jezus ontdekt, hij wordt gezien, niet als een aanzienlijke burger van de stad, die de meeste mensen niet konden luchten of zien. Neen, hij wordt ontdekt als een ongelukkig man, die eigenlijk schoon genoeg heeft van het leven dat hij tot dusver heeft geleid. ‘Kom naar beneden Zacheüs, ik wil vandaag bij jou mijn intrek nemen, ik wil bij jou overnachten’. Dat wordt voor deze man, die door de mensen werd gezien als handlanger van de Romeinse bezetting, het beslissende moment. Een radicale ommekeer in zijn leven voor de woorden van Jezus. Niet alleen omdat uitgerekend hij als gastheer mag optreden, maar vooral ook de laatste regels van dit evangeliegedeelte. De mens die voor een groot deel eigen schuld was uitgebannen uit de samenleving, wordt toegesproken als een zoon van Abraham, een Israëliet, iemand die er bij hoort. Abraham heeft veel kinderen die een verschillend gedrag vertonen. Goede mensen en slechte mensen. Weldoeners en inhalige lieden die zich met gemak verrijken ten koste van hun medemensen.

 

Zacheüs stelt zich teweer tegen de mensen die te hoop zijn gelopen en kwaad zijn omdat Jezus uitgerekend bij hem zijn intrek neemt. Hij praat zichzelf niet schoon, hij zegt niet ‘waar bemoei jij je mee’ of ‘het is niet waar wat jullie beweren’.Zijn verweer is, en dat spreekt hij uit tegenover Jezus, dat het voortaan anders zal gaan. Hij is rijk geworden en hij heeft uitstekend voor zichzelf gezorgd. Maar nu is hij in de crisis geraakt en daar zal hij beter uit komen. Zijn vermogen gaat hij delen en verdelen onder de armen die goed bekend zijn bij de belastingdienst. De helft gaat nu naar de mensen die leven in armoede. En niet alleen dat: de grondtekst maakt duidelijk dat hij zich bewust is van de ernstige fouten die hij toestond aan zijn tollenaars en die hij zelf heeft begaan. Die mensen krijgen nu hun geld terug, zij hoeven niet langer de dupe te zijn van financiële manipulaties. Viervoudig geeft hij het terug, zoals het in de Wet staat wanneer een dief wordt betrapt (Exodus 22,1).

De evangelist Lucas toont ons een sterk contract met het verhaal van de hooggeplaatste jongeman die geen afstand kon doen van zijn geld en bedroefd weggaat. Hij was namelijk zeer rijk. Hij leefde voorbeeldig, maar kon niet zonder de zekerheid van een sterke geldrekening. Juist op dat punt spreekt Jezus hem aan, op het punt van zijn onvrijheid.

(Lucas 18- 30).

 

Met Zacheüs verloopt het anders. Als Jezus de kleine man ziet zitten op de onderste takken van de dichtgebladerde vijgenboom en hem vraagt om naar beneden te komen, zegt hij met nadruk: ‘ik moet vandaag bij jou mijn intrek nemen’. De Heer begrijpt welke weg God wil gaan met deze man en zijn zondig gedrag. Zacheüs wordt in de ruimte gesteld, de ruimte om zonder schuld te leven. Hij wordt een bevrijd mens, die de last is afgenomen, gered om in het vervolg anderen te redden. Vreugde en blijdschap nu de Heer in zijn huis wil komen. Lucas legt daar nog de nadruk op; het is de Heer die de tollenaar rechtvaardigt, ongeacht wat de mensen zeggen. Wat is die redding, dat heil, dat heelheid brengt in een verscheurd bestaan?

De naam Zacheüs betekent ‘rechtschapene’. Het zat met hem wel goed, maar wat heeft hij ervan gemaakt? Voortaan is hij geld armer, maar zijn leven is oneindig rijker. En heel Jericho en overal waar dit evangelie wordt verstaan, mag het horen:

 

En Jezus zei tot hem: Heden is over dit huis heil gekomen, omdat ook deze een zoon van Abraham is. Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en te behouden wat verloren was!

Ook Zacheüs hoort bij het volk van God. Heden als je zijn stem hoort, laat je leiden, kom uit de boom.

 

Installatie van onze pastoors

 

Een blijde zondag voor onze parochie en voor heel wat mensen daar omheen. Twee mensen die zich willen inzetten om in Godsnaam samen met ons allen op weg te gaan. Samen op reis, dat doen we al eeuwen lang met heel de christenheid,met onze parochie in Utrecht, de oude bisschopsstad, de plaats waar Sint Willibrord een nieuw begin maakte met de verkondiging van het evangelie. Op deze zondag zal Mgr. Dr. Joris Vercammen bij ons zijn om samen te vieren. Hij is als aartsbisschop van Utrecht opvolger van Sint Willibrord en zo is het gegaan in goede en in slechte tijden, in voorspoed en tegenspoed. Maar nooit zonder Hem die altijd bij ons is, Christus, onze Heer, de Heer van de Kerk. Op de plaats waar Hij ons wil ontmoeten komen we bijeen, vooral op de eerste dag, de dag van de Verrijzenis.

 

Schulte Nordholt zg. heeft daarover mooie dingen gezegd, goed om te zingen (OKG 729).

Dan gaat het om eerbied en ontzag, zijn heiligheid begroeten en elkaar begroeten als broeders

en zusters, met onze kleine kinderen, zo geliefd bij de Heer en geliefkoosd door ons allen als we ze zien komen.

Vol verwachting en toewijding om het boek des levens op te slaan, het heilig woord te lezen en te verstaan.

Onze kinderen worden hier gedoopt en zelf mogen wij weer worden als een kind Heeft Jezus niet gezegd dat we het Rijk Gods mogen binnengaan als we worden als een kind? Spontaan, open en ontvankelijk, leergierig en welgezind.

In de uitgestrekte armen van de priester aan het altaar herkent Schulte Nordholt God die ons nodigt om gasten te zijn aan zijn dis. In zijn erbarmen schenkt Hij ons brood en wijn.

En zingen, gezangen die ons warm van binnen maken en die ons helpen om te begrijpen waarop het aankomt. De Heer is ons zingen zeer nabij en ons eeuwige verlangen verzadigt Hij.

En de dichter eindigt met:

 

Hier mogen wij elkaar ontmoeten

en allen samen groot en klein,

als heiligen begroeten

zoals wij zijn.

 

Het is as. zondag de vooravond van het hoogfeest van Alle heiligen, 1 november. Wij vieren het feest op de dag zelf en daarna Allerzielen, de gedenkdag van allen die ons in geloof zijn voorgegaan.

Op 2 november vragen wij naar oud gebruik aan God de Heer, of Hij wil gedenken allen voor wie niemand bidt. De gemeenschap is groter en reikt wijder, ook onze parochiegemeenschap.

Het is een ontroerend moment voor mensen die weten hoe het is verlopen in hun familie- en kennissenkring. Niemand die voor je bidt. Daarom is bidden plaatsvervangend, zegt een lied uit de 13e eeuw:

Heer Jezus Christus, o Gij zijt

de weg zelf die ten leven leidt;

voer Gij uw pelgrims door de nacht

naar ’t vaderland dat ons verwacht.

Kyrieleis. OKG 805, 4

 

En zo blijven wij zingen en bidden en het zijn onze pastoors die ons als herders daarin voorgaan. Ze zijn ons niet onbekend, zij zijn gevraagd en ze zijn gekomen. De bisschop heeft hen gezonden en samen met hem zullen ze verantwoordelijk zijn en de zorg dragen voor onze Utrechtse parochie, de gemeente in de Driehoek. Die zorg gaat van geslacht op geslacht en daarin ligt de liefde en de trouw van onze God besloten die door zijn Heilige Geest ons bijstaat en verlicht.

De liturgie van de installatie van een pastoor in zijn gemeente vinden we in het Kerkboek, pag.579 vlg.

De teksten en de gebeden die daarbij horen maken ons duidelijk wat van de pastoor, als herder en leraar van de gemeente wordt gevraagd, maar evenzeer wat er van de gemeenteleden wordt gevraagd als volk van God. De taken van het bijzonder priesterambt worden uitgeoefend in de successie, de opvolging van het apostolisch drievoudig ambt.

Maar ook de gemeente staat in de opvolging van allen die bij de Doop zijn geroepen tot het algemeen priesterschap, het omzien naar elkaar en het instaan bij God voor elkaar..

Dit alles vinden wij verwoord in de liturgie die zondag wordt ingevoegd in de viering van de Eucharistie.

Daarvan luidt het slotgebed:

 

Mogen de God van de vrede,

die onze Heer Jezus Christus,

de grote herder der schapen,

door het bloed van een eeuwig verbond

heeft teruggebracht uit de dood,

u bevestigen in alle goeds

om zijn wil te doen.

Moge Hij in ons uitwerken wat Hem behaagt

door Jezus Christus.

Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

 

 

*