PDF Print

In het hart van de zaak 39

 


 

Hoogfeest van H. Willibrordus, apostel van Nederland

Stichter- bisschop van de kerk van Utrecht, 7 november 2010

Vier en twintigste zondag na Pinksteren, 27 in de reeks

 

De eerste lezing van deze bijzondere zondag is uit de brief aan de Hebreeën, 13,7-17.

en begint met de woorden:

Zusters en broeders, gedenkt uw leidslieden, die u Gods woord verkondigd hebben; ziet op het einde van hun levenswandel en weest navolgers van hun geloof.

Deze aansporing uit de apostolische begintijd van de Kerk klinkt Oud-katholieken vertrouwd in de oren. ‘Gedenken doet leven, vergeten leidt tot de dood’. Deze uitspraak lijkt wat radicaal, maar is daarmee niet minder waar. Het is van levensbelang je wortels te kennen en daaruit te groeien. Waar dit bewustzijn verdwijnt raakt een mens gemakkelijk op dood spoor.

In ons geloof is dit niet anders. Wij staan in een levende traditie, de Kerk is apostolisch naast de andere kenmerken van eenheid, heiligheid en katholiciteit, en in de rij van geloofsgetuigen de eeuwen door, staat de persoon van Willibrord, onze apostel van Nederland.

Deze apostolische successie is meer dan een theologische uitspraak die niet verder reikt. Wij spreken van onze heilige vader Willibrord die onze voorouders het evangelie heeft gebracht.

Hij niet alleen, maar met een saamhorige kring van broeders, Benedictijner monniken, twaalf in getal, zoals wij de twaalven ontmoeten in het Nieuwe Testament.

Jezus Christus is dezelfde, gisteren, heden en in eeuwigheid.

Zo vervolgt de lezing die we noemden. Sint Willibrord kwam in 690 naar ons land, het land van de Friezen in een wereld die totaal verschillend was van de onze. Hij bracht het evangelie als een nieuwe bevrijdende boodschap, als een goed bericht voor de mensen van die dagen.

Hij kwam niet als een veroveraar, maar in de naam van Christus, de vredevorst.

Men heeft in vroeger tijd het goed begrepen om te beginnen met de lezing uit Jesaja 52,7-10:

Hoe welkom zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode met goed bericht die een boodschap van heil laat horen.

 

Zijn optreden werd lang niet altijd goed ontvangen. Deze mensen, weggetrokken uit hun land, waren soms in levensgevaar en voordurend hadden ze in de volgende jaren de bescherming van de Frankische heersers nodig. In 695 ontving Willibrord in Rome de bisschopswijding en de titel van aartsbisschop van de Friezen. Daarmee werd zijn kerkelijke zending bevestigd maar ook uitgebreid. Utrecht werd de plaats van waaruit het werk was georganiseerd. Naar het voorbeeld van Canterbury, na 600 door de monnik Augustinus en zijn metgezellen gesticht als kerkelijk centrum, kreeg ook Utrecht een Christuskerk, Sint Salvator, lange tijd de kathedraal. Daarnaast werd het oude bestaande kerkje, toegewijd aan Sint Maarten, gerestaureerd en eeuwen later werd dit de bisschopskerk, de verre voorganger van de huidige Domkerk.

 

In de Sinte Gertrudis kathedraal wordt een grote reliekenschat bewaard, het merendeel afkomstig uit Sint Salvator en St. Martinus. In de roerige begintijd van de Reformatie is veel verloren gegaan door het geweld waarmee deze omwenteling gepaard ging. Maar er is ook veel gered door toedoen van de kanunniken van de kapittels en katholieke burgers, die deze schatten tientallen jaren in hun huizen hebben verborgen. Totdat na 1648, de vrede van Munster, door de mildering van de plakkaten, het huis van pastoor van Brienen in de Driehoek van Sinte Marie een veilige bergplaats kon bieden .

Komende zondag zullen tijdens de feestelijke Eucharistieviering de aanwezige relieken van

St. Willibrord op het hoogaltaar aanwezig zijn.

 

Er zijn talloze verhalen over het optreden van deze geloofsverkondigers. Wilde verhalen soms, want er zijn ook vijanden van de godsdienst die een eigen agenda hanteren.

Maar Alcuinus, een groot geschiedschrijver uit die begintijd van de Kerk in onze landen, geeft een ander beeld van zijn persoon en optreden. Zijn apostolaat was gebaseerd op een krachtige en overtuigende prediking, hij had een energieke uitstraling, een bewogen man in zijn pastorale contacten. De krachtbron in zijn lange leven, hij stierf in 739 in Echternach, 81 jaar oud, was het gebed en de geestelijke lezing van de Schrift en de kerkvaders. Het enige dat wij van hem zelf vernemen is een aantekening in zijn persoonlijke kalender waarin hij schrijft over zijn leeftijd op dat moment, zijn bisschopswijding in Rome en enkele kleine biografische vermeldingen. Hij is, nu hij terugziet op al die veelbewogen jaren, een gelukkig mens en hij wil niets liever dat allen die dit lezen, ook gelukkig zullen zijn. Feliciter schrijft hij als besluit, mogen het ons allen goed gaan!

Wij mogen ons aangesproken voelen als kerk van Utrecht, als gelovige mensen, in ons persoonlijk leven, door dit woord van onze heilige Vader Willibrord, door God gezonden toen de tijden vervuld waren.

 

Hoe komt het toch dat wij na zoveel eeuwen houden van deze mens, ondanks het vele waarmee ons leven gevuld is, Zijn naam klinkt ons inderdaad, naar het woord van de profeet

Jesaja, lieflijk in de oren. De tijd is er niet naar, maar de ouderen onder ons weten nog heel goed hoe de mensen toestroomden en samenkwamen in Ste Gertrudis, de kerk van de bisschop, om pontificaal, plechtig en ontroerd de vespers te zingen van St. Willibrord.

Gedenken doet leven, zeiden we en dat wijze bijbelse woord is heel wat meer dan herinneren of terugdenken aan. Gedenken plaatst het verleden in het heden en vraagt een plaats in ons leven. Zoals we ook gedachtenis houden van onze overledenen. Ze zijn gestorven, maar ze leven voor God. De Eeuwige is niet een God van doden, maar van levenden. Dat is wat ons gelukkig maakt, de kracht van ons geloof, die ons ook nog samenbindt met elkaar; wij parochie van Utrecht en allen die naar het woord van de profeet Zacharia 8, 23, het kunnen nazeggen: wij willen ons bij u aansluiten, want wij hebben gehoord dat God bij u is.

 

Onder de relieken van Sint Willibrord onder ons aanwezig, is een stukje van zijn sandaal, gedragen door de vreugdebode, waarvan de eerste lezing spreekt. Wie het vatten kan, die vatte het!

Het is aan ons om de boodschap van het evangelie verder te dragen. De antifoon van de lofzang van Zacharias in ons kerkboek OKK 167 zingt daarvan Het geloof der heiligen overwint de wereld, hun daden zijn gerechtigheid, zij zien Gods beloften vervuld.

 

Tot een goed verstaan moeten wij weten, dat deze Angelsaksische monniken niet de opzet hadden om mensen tot het christelijk geloof te bekeren. Zij leefden naast de spiritualiteit van de Benedictijnen vooral uit het Keltische geloof met zijn mystieke inhoud en het besef dat wij hier op aarde vreemdelingen en pelgrims zijn, naar het woord uit de tweede lezing van de feestdag: wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende. Ze waren bereid hun leven als monnik voort te zetten in het land waarheen God hen riep. Samen gingen zij op reis, zoals het oude bedevaartslied het verwoordt:

 

In Godsnaam gingen wij op reis

naar een verborgen paradijs;

zijn heil'ge engel ga ons voor,

die Israël leidde ‘t water door,

Kyrieleis.

 

Wil Jezus Christus met ons gaan

en ons als gids terzijde staan,-

wij wisten anders heg noch steg;

weer gij het kwaad van onze weg.

Kyrieleis.

 

Zeg Gij ons maar,dat berg noch dal,

woestijn noch zee ons deren zal.

Maakt Gij voor ons een vrije baan,

dan komen wij vol vreugde aan.

Kyrieleis.

 

Heer Jezus Christus, o Gij zijt

de weg zelf die ten leven leidt;

voer Gij uw pelgrims door de nacht

naar ’t vaderland dat ons verwacht.

Kyrieleis.

 

OKG 805, 13e eeuw

 

Evelin Underhill, een groot kenner van de engelse mystiek schreef ooit over deze peregrinatio, het pelgrim-zijn:

‘’Dikwijls verwijt men de ware mysticus dat hij ‘de wereld verloochent’.Doch hij ziet enkel af van de enge en kunstmatige wereld van zichzelf; in ruil daarvoor vindt hij de geheimen van dat machtige heelal dat hij deelt met de natuur en met God. Bij de herschepping van zijn bewustzijn, die volgt op zijn ‘mystieke ontwaken’, ontwaakt in hem uit zijn slaap het diepe oorspronkelijke leven dat we gemeen hebben met heel de schepping . Dan valt de barrière weg tussen menselijk en niet-menselijk leven, die van de mens een vreemdeling maakt, zowel op aarde als in de hemel.’’

Het geloofsleven van de Keltische geloofsleven, gevoed in hun kloosters, die centraal stonden in de kerkelijke praktijk, is hiermee goed aangeduid.

Willibrord en de zijnen zullen stellig dit gelovige bewustzijn hebben meegedragen. Het bepaalde hun liefde voor de mensen en voor al wat leeft, het overwon hun angst e n maakte dat hun woorden en hun daden indruk maakte op de mensen die zij ontmoetten.

Het maakte gelukkig: Feliciter!

 

Heeft het nog nut? Het is al zo lang geleden, zo oud.

Overal vind je tegenwoordig, vaak onverwachts, mensen die op zoek zijn naar God. Dikwijls volgen ze vreemde, esoterische ideeën die thuishoren bij godsdiensten uit een andere niet-westerse cultuur- zoals minder bekende secten, terwijl zij niet weten dat hun eigen godsdienst hun weg biedt naar God, een weg die steunt op hun eigen culturele erfgoed.

De Oud-Katholieke kerk is deze confrontatie tussen katholiek geloof en de eigentijdse cultuur nooit uit de weg gegaan. Het heeft zelfs geleid tot conflicten met Rome in de negentiende eeuw en daarna. Al zijn we nu op een bedeesde manier al lang weer vrienden.

 

Dan heeft deze zondag ons ook nog veel te zeggen over onze taak als christenen die Jezus willen navolgen. Het gaat over de gelijkenis van de talenten (een kostbaar geldstuk uit die tijd). We vinden het verhaal in Matteüs 14, 14, 34 waar heet gaat om de laatste dingen, om de tweede komst van de Heer. Er klinkt al in door dat de verwachting van de eerste christenen op de proef werd gesteld om dat de heer maar uitbleef: na lange tijd, kwam de heer van de dienaars terug en hield afrekening met hen.

Naast al het andere dat eruit valt te leren noemen we nu als afsluiting twee belangrijke dingen;

er blijkt uit dat God rekening houdt met onze mogelijkheden, ons draagvlak en dat het niet uitmaakt of we tien of twee talenten ontvangen hebben om ermee te werken.

En daarnaast is het duidelijk dat nietsdoen- je talent begraven om welke reden dan ook- tot niets leidt en door de heer bij zijn terugkomst sterk wordt afgekeurd.

Er staat ons al parochie, als kinderen van vader Willibord, nog heel wat te doen. Ons leven mag vruchtbaar zijn. Dan hebben we niet tevergeefs geleefd.

Feliciter!

 

Gebed:

 

Heer, onze God, in uw voorzienigheid en gedreven door uw mensenliefde, hebt u de heilige bisschop Willibrordus gezonden, om uw heerlijkheid aan onze voorouders te verkondigen.

U hebt gewild dat ook wij de volmaakte aanneming tot kinderen Gods zouden ontvangen om een leven te leiden, dat beantwoordt aan uw wil.

Vermeerder in ons het geloof, de hoop en de liefde; zend ook ons uit naar de mensen om in woord en daad van uw rijk te getuigen, om verwachting van de toekomst van onze Heer Jezus Christus, En maak ons dankbaar en gelukkig, vandaag en alle dagen.

Amen.

 

Vespers op de feestdag van Sint Maarten

 

Donderdag 11 november as wordt om 17 uur de vespers gezongen van de feestdag.

Martinus van Tours is de patroon van het aartsbisdom Utrecht en stadspatroon van de bisschopsstad.

Op die dag komt de geestelijkheid van het aartsbisdom en hun partners bijeen om elkaar te ontmoeten, te bidden en te zingen, om te eten en vrolijk te zijn.

*