PDF Print

De vierde zondag van de Advent

Het onderscheid der dagen


 

De vierde zondag van de Advent in het A-jaar, 19 december 2010

 

Nog een kleine week en dan is het zover. Dan vieren wij kerst of kerstmis of het kerstfeest of het Geboortefeest van onze Heer Jezus Christus. Het kortste woordje ‘kerst’ heeft ook het minst te zeggen. Je komt daarbij weinig verder dan twee vrije dagen- dit jaar missen we zelfs dat extra- en dat is het dan. Al die drukte vooraf en dan de kerstdagen zelf, die een voortzetting kunnen krijgen in een stukje huiselijke gezelligheid. De boom staat er nog, er is nog wat overgebleven van de inkopen, die je normaal niet zo snel doet en Oud en Nieuw komt er aan. Misschien krijgt het woordje een voortzetting in de kerstvacantie of in de vooruitzichten van de wintersport. Of we gaan weer gewoon naar ons werk of gewoon verder thuis. Daarmee heb je het wel gehad.

 

Ik betrap mijzelf erop dat ik wat zit te modderen met woorden, met gedachten die er eigenlijk niets toe doen. Want we zijn nog steeds in de Advent en laten we het daar over hebben. De Advent is niet het slachtoffer geworden van kerst en de zinloosheid van een verdampt religieus gevoel. Een stemming waar geen werkelijkheid meer achter staat omdat het geloof waaruit het gevoel is opgekomen verdwenen is.

Over de Advent valt te praten en dat doet ons opademen zoals een oud slotgebed aan het einde van een viering het zegt. Er wordt gevraagd aan God of Hij wil geven, dat zijn gelovigen door het feest van de Geboorte van zijn Zoon, lucht zullen krijgen in de benauwenis van het mensenbestaan.

Er staat niet bij hoe, maar we zullen dat heel gewoon en menselijk dus moeten nemen zoals het klinkt. Opademen geeft ons ruimte om onze stem te verheffen, zelfs als het niet meer blijkt te zijn dan de nagalm van een geloof, dat in de stilte van de Advent en straks in de heilige nacht van de Geboorte ons is bijgebleven.

Waardoor kerst een feest wordt dat wij beleven met elkaar in het geheim van de kerstnacht, een gevoel van feestelijkheid dat we als een geschenk van God moeten aanvaarden.

Een beetje stilte en vreugde vinden in ons volgestort bestaan dat ons de adem beneemt en dat in onze westerse wereld wel de ernstigste bedreiging vormt van ons leven.

 

Advent zegt: God verbergt zich opdat wij in staat zullen zijn Hem te vinden. Hij verbergt zich als de onbekende god die het heelal is beweging houdt, op een of andere manier. Maar God is niet alleen verborgenheid. In de diepe nacht van onze verlatenheid is ons een Kind geboren, is God als het ware uit zijn schuilplaats gekomen, dicht bij ons en Hij wekt het verlangen om Hem te zoeken. Wij hebben een God die in staat is dit te doen, die mens is geworden en onder ons heeft gewoond. Dat die machtige /god, de Schepper van hemel en aarde, die verborgen God heel klein kan zijn, dat Hij zich met ons lot bezighoudt, dat is ons te machtig, dat is niet te geloven, dat staan wij Hem niet toe. Of wel?

Als wij onze verlichtheid nu even laten voor wat het is en beginnen te begrijpen dat dit zijn manier van liefde en wijze van almacht is.

Samen op de knieën en vol van de grote vreugde, die de engelen in de heilige nacht hebben verkondigd!

In de tweede lezing van deze zondag (Romeinen1,1-7) zegt de apostel Paulus tot de christenen in de stad Rome: God heeft u lief en riep u tot zijn heilige gemeente. Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus.

 

De Advent spreekt tot ons over de stilte van God en het geheim ervan blijft voor zovelen verborgen omdat zij de stilte niet kunnen vinden waarin God handelt. Hoe vinden wij die? Enkel en alleen zwijgen krijgt dat niet voor elkaar. Want een mens kan uiterlijk stilzijn en innerlijk door de onrust van de dingen verscheurd zijn.

Stilte zoeken, stil worden betekent een nieuwe innerlijke orde vinden. Niet alleen maar bedacht zijn op de dingen die men kan laten zien en aantonen.

In onze samenleving is dat besef wel aanwezig. Althans bij veel mensen die het zoeken in vormen van meditatie en esoterische technieken.

Dit kan heel waardevol zijn als ontwikkeling van de innerlijke zintuigen, van het geweten, het zintuig voor het eeuwige in ons.

Er is wel een vergelijking gemaakt met de dinosaurussen waarover gezegd wordt dat ze uitgestorven zijn omdat zij zich verkeerd hebben ontwikkeld: veel spieren en pantser, weinig hersens en weinig verstand. En dan de vraag: zijn wij ook niet zover dat wij ons verkeerd ontwikkelen? Veel techniek en weinig ziel? Een dik pantser van materiele kennismaar een hart dat leeg geraakt is? Het afzwakken van de vaardigheid om de stem van God in ons te horen.

 

De stilte van God en het geheim dat daarin verborgen ligt komt ons nader in de Advent. Zoals het licht van de adventskaars toeneemt en ons brengt tot in de nacht van de Geboorte.

Het hart van de stilte. Hoe kunnen wij dat vinden?

Misschien wel langs de weg van de herinneringen, de beste herinnering die de Advent in ons

wil opwekken. De grote herinneringen van de mensheid die door het jaar worden bewaard en opengelegd, die ons doen opademenen en herleven, worden door de liturgie en de pe4rsoonlijke herinneringen gevoed. Ieder jaar opnieuw komt het weer nader. Veel advents-

en kerstliederen zingen van dit verlangen, van het komen, van de hoop die leven doet

Laten we ons daarvoor niet schamen als volwassen mensen. Laten we delen in de vreugde van de kinderen, in de stille verbazing in de ogen van de kleintjes die het zien van zovel moois in de stal van Betlehem.

Dat mensen kunnen geloven hangt, hangt ook steeds ervan af of het geloof hun op de weg van het leven lief is geworden. Of de menslievendheid en de vriendelijkheid van God door de menselijkheid van mensen is verschenen. Daar hebben we allen onze eigen verhalen over.

 

Nu herinner ik mij een verhaal, verteld door een Finse schrijver van wie de naam mij is ontschoten. Hij is opgegroeid in de uitstrekte bosgebieden van Finland, in de eenzaamheid van kleine groepen houten huizen die samenvallen met het landschap.

Het is middenwinternacht en straks is het kerstfeest. Vader is aan het werk in het bos, moeder maakt van gekleurd papier versieringen voor de kerstboom die vader de dag tevoren naar huis heeft meegebracht. In de grote houtkachel brandt het vuur, het is gezellig in de kamer, op de bank waar de kleine jongen stil kijkt naar moeder.

Hij is vol verlangen naar het mooie kerstfeest dat komt. Straks komen ook zijn twee broers thuis van de kostschool in de stad. In de kerstnacht zullen ze met elkaar in de grote slee naar de kerk gaan. Dat weet hij nog van het vorig jaar; de herinnering van de versierde boom bij het altaar,de zingende mensen die elkaar allemaal groeten en een gelukkig feest wensen nu Christus geboren is in de stal. ‘Moeder, vraagt hij, duurt het nu nog lang voordat het kerstmis is? ‘Neen, zegt moeder, het duurt niet meer zo lang. Maar als je heel stil bent, kan je het kerstfeest horen aankomen’.

De schrijver noemt dit in zijn verhaal de beste herinnering van het hart, de hoop en de verwachting, ingebed in de eenvoud en de vriendelijkheid van de mensen op het land.

 

Aanstaande zondag vertelt de evangelist Matteüs ons zijn eigen kerstverhaal. Het komt uit een andere traditie dan het verhaal van Lucas dat ons zo vertrouwd is, maar het spreekt van het grote wonder dat God door zijn Geest het leven van Maria heeft aangeraakt en heeft vervuld toen de genade van God verschenen was tot heil van alle mensen.

Matteüs vertelt het verhaal van Jozef, de rechtvaardige stille man, die in de droom een boodschap ontvangt van de engel. Toen hij uit de droom ontwaakt was, deed hij zoals de engel van de Heer hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich.

Het evangelie herinnert ons eraan dat het kind van zijn verloofde, het kind van Maria, niet zijn kind is maar van een andere goddelijke oorsprong. Het leven van Jozef, de pleegvader van de Heer, die wij gedenken op 19 maart, is open, rijp en groot geworden. Zijn levensplan heeft God veranderd en met hem anders gewild, anders over hem beschikt. Jozef de man die niet alleen de buitenkant waarnam en beluisterde, maar die een innerlijke gevoeligheid had voor het geheime spreken en willen van God.

In zijn jazeggen kreeg zijn leven zijn uiteindelijke bedoeling en vervulling

 

Gebed

 

God, uit het geslacht van uw dienaar David

hebt Gij Jozef uitverkoren

en hem de zorg toevertrouwd

voor het kind Jezus en zijn moeder.

Geef ons de genade navolgers te woerden

van zijn oprechtheid en toewijding.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

 

Niek van Ditmarsch, pr.

*