PDF Print

Het onderscheid der dagen


 

Het is bijna kerstfeest, het Geboortefeest van onze Heer

 

Geen kerstboodschappen meer (de Boodschapper), maar aandacht voor de boodschap van dit feest dat ons niet los laat. Klokken luiden en zo worden gehoord, meer en anders het geval is. En er valt een stilte die alleen nog maar wordt onderbroken door het zingen van mensen. Zingende mensen die dat gewoon zijn in de kerk en mensen voor wie samenzang toch wel wat vreemd is.

Het is bijna kerstfeest en het begint in de nacht. Ook dat is anders dan anders, zelfs voor de nachtbrakers onder ons. We zien uit naar kerstmis en we zien uit naar elkaar. We hopen dat het weer niet tegenwerkt en wij als uitgestrekte parochie de kerk en elkaar kunnen bereiken en dat we goed thuiskomen. Sneeuwval, gladheid, uitgevallen treinen en bussen, glibberende auto’s op de weg. In de afgelopen weken hebben we bemerkt hoe kwetsbaar we zijn als gemeente, ook al is alles toch nog doorgegaan. Thuiszitten op zondag, terwijl je dat niet gewend bent, is een slechte zaak. Vooral de ouderen onder ons worden daardoor getroffen. Zij missen de ontmoeting in dubbele zin; de ontmoeting in Ste Gertrudis, het huis van God én de onderlinge contacten die zo belangrijk zijn.

 

Maar nu is het bijna kerstfeest! Het komt eraan en we mogen blij zijn want kerstmis is ook een vrolijk feest. Menig oud kerstlied, dat teruggaat tot in de Middeleeuwen, herinnert ons aan het kerstgebeuren, spreekt over de stal en de kribbe, over de Moeder en Sint Jozef, over de os en de ezel en de herders en de velden van Effrata waar engelen de lofzang zingen ter ere van God. Er wordt muziek gemaakt, met harp en fluit, er wordt in de Middeleeuwen gedanst en gespeeld. Wie zou niet blij zijn nu God onder de mensen gekomen is en de Verlosser is geboren, het zoete Kind van Betlehem.

Er spreekt uit die liederen ook een diepe innige vroomheid en een grote liefde voor de heilige Maagd en daarmee stond men in de hechte traditie van de Kerk, zoals die vooral verwoord is door de heilige Bernardus van Clairveaux, de grote mysticus, die de geheimen van God met de mensen in zijn hart had verstaan en zo uitdroeg naar de mensen. Opdat ook zij die liefde zouden ervaren en de sterke vroomheid die aan hun vaak armoedig bestaan de glans gaf van het Kind, in doeken gewonden en liggende in een kribbe, arm temidden van de armen.

 

Als wij de liederen zingen die ons zijn overgeleverd de eeuwen door, omdat de mensen er geen afstand van kunnen doen, proberen wij te verstaan dat het hier gaat om meer dan een stuk folklore, een aandoenlijk ouderwets versje. Achter de volkse taal gaat het grote geheim schuil, dat de Kerk door de eeuwen heen, heeft gevonden in de voorstellingen uit het Oude Testament, de profetieën, vooral van Jesaja, de grote profeet, die niet aflaat te spreken van het komen van de Messias. En wie meent dat de os en de ezel, die we in het evangelie volgens Lucas niet tegenkomen, pure fantasie is, moet in de leer gaan bij Jesaja, direct al in het eerste hoofdstuk, vers 3 waar staat: Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, mijn volk geen inzicht. Daar schuilt bij de profeet een stuk verdriet achter en zo’n uitspraak moet ons toch minstens aan het denken zetten nu het bijna kerstfeest is. De os en de ezel horen erbij in de kerststal die ook nu weer staat opgesteld bij de doopkapel, tot verrukking van de kindertjes en de grote mensen die van binnen zouden willen zijn als een kind, in de ontroering van de heilige Kerstnacht.

 

Wij hebben binnen de Oud-katholieke kerk het mooie gebruik bewaard dat er voorafgaand aan de nachtmis kerstliederen worden gezongen. Juist die versjes die de strengheid van de reformatie hebben overleefd, die niet zo schriftuurlijk zijn in veel gevallen, maar wel uit het hart gegrepen. In de schuilkerken werden ze gezongen en thuis en wij hebben ons niet geschaamd om een aantal opnieuw op te nemen in ons Gezangboek 1990. Als eerste van de reeks kerstliederen en gezangen O blijde nacht, Messias is geboren, een lied dat ons oproept om Hem te bezoeken in de arme stal. Dit wordt niet vooral gezongen, maar tijdens de nachtmis en er zijn weinig Oud-katholieken die dit lied niet kennen. Wie deert het dat we uit volle borst het refrein zingen:

O wonderzaak:

hier ligt de allermeeste

in grote nood,

schier naakt en bloot,

op hooi en stro

in ’t midden van de beesten.

 

Het lied komt uit het kerstliedboek Cantiones Natalitiae, in 1679 uitgegeven in de zuidelijke Nederlanden door Joannes Berckelaers, maar het is veel ouder.

Ons Gezangboek bevat naast deze zeer oude liederen een aantal liederen uit latere tradities. De meest volkse die vooraf worden gezongen, kom je er niet tegen, maar die hebben een eigen verspreiding. Het grote verschil tussen het kerstlied van de Middeleeuwen en de latere tijd wordt ondermeer bepaald door de vervanging van het schilderachtige van de teksten door de nadruk op de juiste geloofsleer die de \hervorming kenmerkt. In onze katholieke beleving en praktijk heeft de liturgie deze bewarende functie. Overigens is er ook wel verzet tegen een al te vrome verbeelding en met name binnen de Cleresie heeft men daarvoor ook aandacht gehad, waardoor een dam werd opgeworpen tegen de Franse invloed uit het katholieke Zuiden. Hoe het zij, ‘Stille Nacht’ is onverwoestbaar en trekt zich van kerkgrenzen weinig aan.

 

De nachtmis van het Geboortefeest van de Heer en de mis van de Dageraad

 

Het kerkbestuur geeft nooit plaatskaarten uit, maar het wordt ieder jaar wel druk. Wie een plaats wil hebben, aangenomen dat het weer niet al te slecht is, moet wel tijdig komen. Vanaf half tien is er samenzang tot het begin van de misviering om tien uur. Het is in de Oud-katholieke kerk een goed gebruik dat men na de dienst elkaar een zalig kerstfeest wenst. Maar je mag ook gezegend of gelukkig zeggen maar laat dit kostelijke moment niet voorbij gaan.

 

De viering van het kerstfeest kent vanouds een viering in de nacht, de Middernachtsmis die om praktische redenen ook wel wat vroeger kan beginnen en de hoogmis op de Kerstdag, de dageraadsmis. In beide diensten gaat de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. Joris Vercammen voor, geassisteerd door de pastores van de parochie. Op de eerste dag van kerstmis wordt in de namiddag de vespers gezongen, het liturgisch avondgebed van de Kerk. En op zondag , tweede kerstdag, de dag van de H. Stefanus, de eerste martelaar van de vroege Kerk, is er als op zondag om 10 uur de Éucharistieviering.

 

Er is met de datum van kerstmis iets bijzonders, dat wij overigens gewoon vinden. Anders dan met de grote feesten door het jaar het geval is, valt kerstmis op een vaste datum. Op 25 december, een belangrijke dag die de christenen hebben overgenomen om de bestaande viering van de midwinterzonnewende te vervangen voor het Christusfeest. De Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon ging geleidelijk plaats maken voor de Zon der gerechtigheid. Christus het Licht der wereld, komt in de duisternis om alle mensen te verlichten op de weg van de vrede. Kerstmis is dus een zonnefeest dat als het ware inbreekt in het kerkelijk maanjaar met zijn wisselende cyclus van dertien maal achtentwintig dagen. Daar gaat het in alles om Pasen, het feest van de verlossing ‘toen Israël uit Egypte kwam’ én op de morgen van het open graf, Gods bemoeienis met de mensen

Maar kerstmis is het feest van het verlangen, het uitzien naar een nieuwe schepping, het geboren worden van een nieuw begin. Het evangelie van de kerstdag is volgens Johannes, het begin van zijn evangelie dat herinnert aan de schepping: ‘in den beginne was het Woord’. En dat Woord, dat we schrijven met een hoofdletter, is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Nu even geen onschuldige liedjes maar de diepzinnige ernst van de zaak waarmee heel het geschapene staat of valt; de menselijke toekomst, de vervulling van heel het verlangen.

Na de nachtmis zingen we nu in de dageraad van de nieuwe dag, van Christus, die gekomen is toen de volheid van de tijd vervuld was, op Gods tijd dus. De antifoon van de feestpsalm 98 spreekt over het komen van de Heer; Juicht voor het aanschijn van de Koning, de Here, want Hij is in aantocht, Hij komt om het aardrijk te richten (OKK pag.856).

Hij komt, Hij zal komen, Hij komt ons tegemoet. Wij verwachten immers de toekomst van onze Heer, zegt de slotzegen van de mis. De Heer blijft zijn goedheid en zijn trouw indachtig, zegt de psalm en dat is het blijvende ook dit jaar als straks de feestdagen weer voorbij zijn.

 

25 december was een geheiligde dag, vooral in het Westen en 6 januari was ook zo’n datum, vooral in het Oosten. Twaalf heilige nachten zullen we doorstaan en dan gaat de levengevende zon weer omhoog en lengen de dagen. Het feest van Epifanie, van de Doop van de Heer in de Jordaan is het feest van de Verschijning en het begin van zijn levensgang door de wereld.

Het onderscheid der dagen is groot nu wij deze geloofsgeheimen vieren.

 

Wij van de aarde

 

Wij van de aarde

zoeken het paradijs,

samen op reis zijn wij levenslang.

Al wat er goed is,

al wat van God is

doet ons verlangen naar zijn land.

 

Engelen zongen

’t lied van verlangen voor,

wij zingen mee met een aardse stem.

Zolang wij leven

zoeken wij vrede,

God roept ons naar Jeruzalem.

 

Wie van de Zoon is

weet wat zijn schoonheid is:

vrede en liefde van mens tot mens.

Eer aan de Vader,

eer op de aarde,

met al mijn adem eer ik Hem!

Willem Barnard OKG 605

 

 

Wij gedenken Peter Cruijs *13 maart 1911 +21 december 2010

 

Drager van het Mobilisatiekruis W.O. II

 

Na een kort ziekbed en gesterkt door de zalving der zieken, ging hij terug naar zijn Schepper.

Dit meldt ons het overlijdensbericht van de familie.

In zijn honderdste levensjaar is hij heengegaan. Piet Cruijs, iedereen kende hem of had van hem gehoord. Over een mens die zo oud geworden is, kan je haast alleen maar in het verleden praten. Het is steeds stiller geworden om hem heen. In de laatste voorbije jaren moest hij afscheid nemen van zijn vrouw Coba, dochter Wilma en schoondochter Lydia. Ze zijn hem voorgegaan in de dood waarnaar hij verlangde.

Wij zien met bewondering en dankbaarheid terug op zijn leven. Naast zijn gezin, de bank waar hij jarenlang werkzaam was, was het de kerk die alle tijd en aandacht kreeg. Die liefde voor de Oud-katholieke gemeenschap had hij stellig van zijn moeder, een stille vrome vrouw die bedlegerig was en een verzorgde plek gevonden had in het bejaardenhuis van de ORKA.

Ik heb haar nog goed gekend en opgezocht in het begin van de zestiger jaren. Het Mobilisatiekruis, dat herinnert aan de tweede Wereldoorlog en aan de bezettingsjaren waarin Piet Cruijs actief was bij de ondergrondse, doet ons bedenken hoe lang dit allemaal al voorbij is. Maar voor hem was het onlosmakelijk verbonden met zijn leven e met de herinneringen die hij meedroeg

De kerk is hem veel dank verschuldigd. Zoals hij dankbaar was voor de aandacht die hij veel later kreeg vanuit de parochie, meest van mensen die hem trouw opzochten, al werd de kring kleiner.

Op de rouwbrief staan de woorden vermeld uit psalm 26, 8, in de vertrouwde vertaling die binnen de kerk geliefd is en op menig bidprentje werd vermeld:

Heer, ik heb de luister van Uw huis bemind en de woonplaats Uwer heerlijkheid.

 

Piet, waarom heb je dit allemaal gedaan? Daarom!

Trouwe knecht, ga in de vreugde van de Heer.

 

Niek van Ditmarsch, oud-pastoor

*